<< Het concept van gemeenschappelijk eco-wonen zit in de lift , en met reden. Een greep uit de voordelen: verdichting, meer energiezuinige woningen, een participatieve lokale dynamiek, versterking van het sociale weefsel, solidariteit tussen verschillende generaties, een mix van inkomens, vermaatschappelijking van de zorg, het opnemen van burgerlijke verantwoordelijkheid voor de sociale context en voor een ecologische leefomgeving.
Maar hoe kan die interesse zich vertalen in een concreet project ? Het vinden van een site, stedenbouwkundige en ecologische voorschriften en andere regelgeving zijn hinderpalen waar initiatiefnemers op botsen.
Hier is een cruciale rol weggelegd voor […] de lokale overheden. Als coördinatoren van het woonbeleid
[houden zij] de sleutels in handen om initiatieven […] te laten slagen [onder andere] door het aanbieden van een site bestemd voor gemeenschappelijk eco-wonen via een projectoproep. >>
Samenhuizen vzw & Bond Beter Leefmilieu (in: ‘Gemeenschappelijk Eco-wonen – Draaiboek Projectoproepen voor lokale woonactoren’, 2015)
*****
<< Das Nadelöhr beim Aufbau und der Entwicklung eines nachbarschaftlichen Wohnprojektes ist die Grundstückssuche. Denn es gilt nicht nur, ein geeignetes Grundstück für die Wohnwünsche der Gruppe zu finden, sondern sich auch schnell genug mit allen Mitgliedern darauf zu einigen.
Jede Gruppe konkurriert auf dem freien Grundstücks- und Immobilienmarkt mit einzelnen Investoren […]. Gruppen sind aufgrund ihrer partizipatorischen Prozesse daher beim Grundstückskauf oft gegenüber Bauträgern oder Wohnungsunternehmen benachteiligt.
Deshalb ist die kommunale Unterstützung der Baugruppen bei der Grundstückssuche und […] insbesondere ein Verkauf städtischer Grundstücke mit vorgeschalteter zeitlicher Optionierung – ein ganz entscheidendes Instrument und die wichtigste Hilfestellung, die Kommunen leisten können. […]
Baugruppen brauchen keine rabattierten Grundstücks-preise – sie können durchaus auch Marktpreise bezahlen und brauchen nur die zeitliche Optionierung.
Ministerium für Wirtschaft, Energie, Bauen, Wohnen und Verkehr
des Landes Nordrhein-Westfalen (uit: ‚Baugruppen und Wohngruppenprojekte – handbuch fur kommunen‘)
*****
<< … de grootste garantie op een maatschappelijke meerwaarde van GW‐vormen [Gemeenschappelijk Wonen] schuilt in publieke of op zijn minst gemengde vormen van GW.
De buitenlandse voorbeelden bevestigen dit. Dit is het geval bij de Duitse Baugruppen, waar een publiek grondbeleid zuurstof geeft aan GW, of bij de Coöperatieve woningbouwmaatschappijen in Zürich die sinds vele decennia werken via goedkope door de overheid in erfpacht gegeven gronden, of voor het Centraal Wonen in Nederland dat door inbreng van gemeenten en woningcorporaties een vlucht heeft genomen. >>
Kristien Van den Houte, urban research, Michael Ryckewaert, docent stedenbouw, Stijn Oosterlynck, socioloog e.a. (in: ‘Gemeenschappelijk Wonen’, Steunpunt Wonen – samenwerkingsverband KU Leuven, Universiteit Hasselt, Universiteit Antwerpen en Technische Universiteit Delft, 2015)
*****
<< Due to the success of Two Acre Wood, the City purchased two sites to be proactive in their quest for affordable housing developments that were sustainably designed and community focused. Both proposals chosen for these sites were cohousing. Cohousing is mentioned as a preferred option in the City’s General Plan Housing and the Zoning Ordinance. >>
Michael Black, community planner, architect, Santa Rosa, US (in: letter of recommendation’, 2007)
*****
<< Les élus jouent à plusieurs titres un rôle capital.
Tout d’abord parce que les communes détiennent souvent du foncier qui pourrait être valorisé par des projets d’habitat participatif : dents creuses et délaissés sont autant d’opportunités à saisir.
Ensuite, parce que les municipalités maîtrisent les projets d’urbanisme. Certaines, comme Strasbourg, vont jusqu’à systématiser l’habitat participatif dans tous leurs projets urbains. Cela donne de la perspective et inscrit dans le paysage ce mode alternatif.
Par ailleurs, les élus délivrent les permis de construire et votent les documents cadres de l’urbanisme et du logement. >>
Bruno Parasote, ingénieur urbaniste, vit dans l’habitat groupé Ecologis, F (dans : ‘Bruno Parasote, l’habitat participatif en France’, inteview par Dominique Gauzin-Müller, Ecologik Magazine, 2015)
*****
<< Een lokaal bestuur [heeft] expertise in huis die opstartende groepen nodig hebben om hun project de doen slagen (stedenbouwkundig, kennis over de buurt, mogelijke subsidies of premies, lopende projecten).
Door expertise in een vroeg stadium aan te bieden, kan ze impliciet de visievorming maatschappelijk en ruimtelijk verruimen. Lokale besturen hebben er dus alle belang bij om opstartende groepen in een vroeg stadium te benaderen en te begeleiden in de zoektocht naar interessante locaties […] Wanneer de locatie reeds vastligt kan ze over de inrichting adviseren en mogelijke synergieën aanduiden met de wijk, zowel ruimtelijk als bijvoorbeeld met buurtwerking of verenigingsleven. […]
Een lokale overheid die een grond ter beschikking kan stellen aan cohousinggroepen heeft […] een belangrijke sleutel om maatschappelijke en ruimtelijke meerwaarde van gemeenschappelijk wonen te realiseren. Voor initiatiefgroepen blijven dan de financiële risico’s beperkt en is er zekerheid over realisatiekansen en voortgang. Als partner en grondeigenaar kan een overheid ook eisen stellen aan de ontwikkeling en sturend optreden. >>
Peter Vervoort, medewerker, cohousing initiatiefgroep ‘Buren van Bink’ & Isabelle Loris, ruimtelijke planner, beiden medewerkers Ruimte Vlaanderen (in : ‘De gedeelde baksteen in de maag? Meerwaarde realiseren door gemeenschappelijk wonen en collectief bouwen’,paper op de PlanDag Gedeelde ruimte, Antea Group, 2017)