<< Nous sommes passés d’une organisation reposant au départ sur la notion de «horde» pour nous transformer en «clans», en «tribus», puis en «entités villageoises» avant de devenir des «familles au sens très large du terme» et aboutir aujourd’hui à la «famille nucléaire, parents-enfants» parfois «recomposée» quand elle n’est pas «monoparentale». […]
Dans toutes les grandes métropoles européennes, on dénombre un taux croissant de «personnes seules» […].
Cette érosion des communautés, cette réduction à l’individu renforce de facto la précarité sociale, la fragilisation des personnes !
En rupture de liens sociaux, les plus faibles ou plus isolés ne tardent pas à vivre des accidents et parfois pour certains d’entre eux à sombrer. >>
Habitat et Participation asbl (in: ‘Guide de l’habitat groupé pour des personnes en précarité sociale’, 2004)
*****
<< Eco-friendly cohousing opportunities that welcome and recruit people with a wide range of disabilities are at the core of a movement toward more inclusive neighborhoods that benefit all residents – disabled or not.
They shape living and working options for people with disabilities, while also informing attitudes of non-disabled neighbors.
Cohousing’s participatory, egalitarian, inter-generational, “aging-in-place” model embraces a variety of life stages and challenges, […].
With the appropriate state and federal supports in place to make this form of smartly designed neighborhood available to a wider range of people, cohousing becomes a desirable and superior alternative to institutional living and group homes for many people […].
To live in an inclusive, respectful community is to live in dignity and harmony with society, nature, and the interdependence of humanity. >>
Carrie Griffin Basas, former civil rights and labor law attorney, director of Washington’s Office of Education Ombuds (in: Olmstead’s Promise and Cohousing’s Potential’, Georgia State Univeristy Law Review, 2009 US)
*****
<< Vertrekken vanuit plaats om nieuwe vormen van solidariteit te genereren maakt het mogelijk om gedeelde waarden en normen niet als uitgangspunt […] te nemen en een directe aanleiding te creëren om de andere te ontmoeten.
Bewoners en gebruikers van een bepaalde plaats hoeven dan niet veel te delen of gemeenschappelijk te hebben, behalve de plaats die ze samen bewonen en/of gebruiken.
In een politiek van nabijheid wordt ruimtelijke nabijheid ernstig genomen als aanleiding om een debat te openen over wat het betekent om die plaats te bewonen en/of te gebruiken en welke gedeelde verantwoordelijkheid daaruit volgt [en waarin] telt dat men nu een plaats deelt, niet hoelang men die plaats al gebruikt of er woont.
Een politiek van nabijheid […] veronderstelt dat de betrokkenen sociale mix aanvaarden en geen segregatie […] nastreven [en] het (minstens tijdelijk) opschorten van de ongelijke machtsrelaties onder bewoners en gebruikers. >>
Stijn Oosterlynck, Professor Sociologie, Universiteit Antwerpen (in: ‘Sociale transitie – De stad als bron van sociale innovatie’, VIA Vlaanderen, 2012)
*****
<< Als je [in sociale woonwijken] de volgorde van de wachtlijsten volgt, krijg je een wijk van 350 kinderrijke, kansarme gezinnen waarin werkloosheid de regel is.
Wij plaatsen daar een vijftiental middenklas-gezinnen tussen.
Die mogen goedkoop wonen, maar ze moeten enkele uren per week aan buurtopbouwwerk doen: instaan voor naschoolse kinderopvang, kinderen begeleiden bij hun huistaak, lessen Nederlands geven, activiteiten voor jongeren organiseren…
Zo til je buurten op. >>
Bart Somers, burgemeester van Mechelen, ex-minister en parijvoorzitter VLD (in: ‘Humo interview, 2017)
*****
<< Les différentes formes d’habitat participatif […] requièrent une très grande implication des acteurs des projets qui reste difficilement accessible aux plus précaires dont la seule (ou presque) préoccupation consiste à arriver à «nouer les deux bouts» à la fin du mois.
C’est pourquoi ces initiatives mériteraient d’être plus largement prises en charge par les pouvoirs publics afin qu’elles profitent aux plus mal-logés, aux plus démunis.
Ces derniers en sont encore trop souvent réduits à des «solutions de débrouille» telles que les squats insalubres ou la pérennisation de logements provisoires (camping, chalets), faute de moyens et d’accompagnement.
Mais la mise en place de politiques publiques pour des logements participatifs […] ne peut empiéter sur le libre choix d’habiter. Il reste donc un équilibre à atteindre entre l’individuel et le collectif, entre la contrainte et le volontarisme. >>
Marie Bernaerts, Chargée de Recherche à l’ARC asbl (Action et Recherche Culturelles), Bruxelles (in : L’Habitat Participatif, nouveau défi des politiques publiques du logement?, ARC 2016)
*****
<< De grootste drijfveer, de grootste pijn waar jongeren, mensen mee leven is ‘the hunger to belong’, de nood, het verlangen om ergens bij te horen, het verlangen om ergens thuis te zijn. >>
Hilde Stockman, House of Colours, samen leven met vluchtelingen (uit: ‘Life is like a piece of artwork’, video)
*****
<< Ik woon tussen allemaal Belgen. Ik moet dus voortdurend Nederlands spreken. Ik heb ook wel les gevolgd maar het vele oefenen heeft me zelfvertrouwen gegeven en een grote woordenschat.
Ik woon in een groot huis dat ik deel met anderen. Iedereen heeft een aparte slaapkamer maar we delen keuken, badkamer, leefruimte en tuin.
Door deze woonsituatie leer ik voortdurend nieuwe mensen kennen: vrienden van vrienden, via via, kennissen, bezoekers, …
[…] we delen samen het leven. Dat is heel belangrijk. Vooral het samen koken en eten is hierin belangrijk. […]
Persoonlijk zou ik het heel raar vinden dat de overheid zou zeggen hoe mensen al dan niet mogen wonen. >>
Passion, vluchteling (uit: ‘Woongroep werkt beter dan inburgeringscursus’, in: ‘FRANK, Tijdschrift Samenlevingsopbouw Gent’ 2, 2011)
*****
<< The predominant demographics of American cohousing communities are pretty clear: white, middle or upper middle class income and background, educated, liberal […].
What are the realistic options for people who are interested in cohousing but don’t fit the typical profile?
My experience has been positive, but I have only one mild strike against me, and in a liberal pool, it’s barely a strike. I’m a lesbian. […]
As a person who has worked in social and empowerment services my whole life, I continue to feel ambivalent about the concentration of whiteness and relative wealth in cohousing. But if I were still living alone in a single family home, would I somehow have more integrity? Not really. I have to be honest that I am flocking with birds of my feather, and that I prefer communal living to solitude, no matter what social justice values I may find missing from my community. It’s my own responsibility to promote these values within and without the fences of my ecovillage, and to help create the kind of community I want to see. >>
Cynthia Dettman, lesbian, retired legal aid attorney and community college counselor, living in Columbia Ecovillage (in: ‘Queer, Person of Color, or Low-Income; Is Cohousing Possible for Me?’, Fellowship for Intentional Community, 2016)
*****
<< De verzorgingsstaat is ooit vanuit het particuliere initiatief begonnen, lokale initiatieven die midden vorige eeuw opgetild zijn naar het niveau van de staat.
Men heeft de marktwerking geïntroduceerd om de kosten beter te regelen. Dat heeft geleid tot nog grotere instellingen, grotere marktpartijen, die heel erg economisch gingen denken.
Er komt nu een dimensie bij: economisch verkeren wij in een crisis. We realiseren ons dat die institutionele zorg niet alleen een aantal dingen niet levert, maar ook heel erg duur is.
Een aantal van dit soort [particuliere] initiatieven […] leveren meer intrinsieke kwaliteit, dichter bij de waarden van de zorg, en zijn ook economisch een betere keuze. >>
Jos van der Lans, publicist en voormalig parlementslid van de Eerste Kamer (in: ‘Een spannend huwelijk, De verbintenis van gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders met particuliere initiatieven kleinschalig wonen’, Aedes-Actiz & Provincie Utrecht, 2011)
*****
<< L’habitat collectif peut offrir une autre vision de la vie aux précarisés ; il leur permet de renouer des contacts avec d’autres et de reprendre confiance en eux.
C’est ainsi que certains habitats groupés plus centrés sur l’accueil ou l’aide aux plus démunis offrent leur lieu comme un tremplin afin de remettre d’aplomb des personnes en difficulté.
Afin qu’elles se recomposent une santé physique, psychologique et matérielle, ou qu’elles puissent traverser une période difficile de leur vie. […]
Pour ces déshérités de quelque nature que ce soit, la pauvreté est d’abord la perte du réseau social et familial.
Il faut donc commencer par raffermir ce réseau de solidarité et ainsi leur permettre de retrouver confiance en eux, avant de reprendre pied dans la société. >>
Christian La Grange, auteur, bewoner van woongemeenschap ‘La Ferme de Vevy-Wéron’ (dans son livre: ‘Habitat Groupé – Ecologie, participation, convivialité’, 2008)
*****
<< … in de Deense stad Aarhus […] brengt een aantal gedetineerden het laatste deel van hun straf door met studenten. Een uniek concept in de wereld. En de resultaten zijn opmerkelijk: gedetineerden recidiveren veel minder snel.
’s Avonds wordt er gekookt en gegeten in de vier groepen waarin het huis is verdeeld en de bewoners verdelen zelf onderling taken als schoonmaken, koken en boodschappen doen. Net als in een gewoon studentenhuis eigenlijk.
Het enige verschil is dat vijftien van de zesentwintig bewoners een strafblad hebben en zijn veroordeeld wegens drugshandel, overval, stelen, geweld of moord. De gedetineerden verblijven na detentie in een reguliere gevangenis doorgaans enkele maanden tot een jaar in het huis, de studenten vaak langer.
Student Anna (26) vertelt dat veel van haar vrienden in eerste instantie angstig reageerden toen ze vertelde dat ze met gedetineerden ging wonen. “Ze vroegen of het niet gevaarlijk was en zeiden dat ik mijn kamerdeur goed op slot moest doen.” Ze lacht erbij. “Ik ben zelf nooit bang geweest.” >>
Vera Mulder, joernaliste (in: ‘In Denemarken wonen gedetineerden samen met studenten (en het werkt!), De Correspondent, 2014)
*****
<< Toen mijn oude vriendin Elizabeth me begin december kwam bezoeken, werd ik eraan herinnerd hoe dankbaar ik ben voor de aandacht die werd besteed aan de toegankelijkheid van de gemeenschappelijke voorzieningen voor gehandicapten. Elizabeth kan van de parkeerplaats voor gehandicapten binnenwandelen, langs de traploze paden met reling, tot in het gemeenschapshuis en ze kan gebruik maken van de aangepaste toiletten, geheel zonder hulp. >>
Cohousing bewoner (in: ‘Why we live in Cohousing’, The Cohousing Journal, vertaald door Luk Jonckheere, 2007)
*****
<< Dat is wat de groep besloot te kunnen aanbieden: een rustige tijdelijke woonplek-met-aandacht. […]
In een gewone eengezinswoning is het moeilijk iemand, een wildvreemde, tijdelijk op te vangen. Zowel voor de bewoner(s)als de gast is dat een inbreuk op de privacy. Op de boerderij [De Heemshof] is er veel ruimte, dat is een voordeel en bovendien zijn we geen instelling. Dat geeft ons vrijheid en voor de gasten toch nabijheid, zorg en zonodig toezicht. We zijn genoeg betrokken om de gasten het gevoel te geven dat ze niet alleen staan. Wij zijn vrijwilligers die geen professionele begeleiding willen en kunnen geven. Wij krijgen en willen geen subsidie. […]
Er is geen uitgesproken “doelgroep”. Jongeren worden aangemeld door jeugdinstellingen. […] Volwassenen worden aangemeld door maatschappelijk werk, psychiatrische instellingen en de sociale dienst. Het gaat om mensen met zeer verschillende (tijdelijke) problemen: echtscheiding, verslaving, sociaal uit de boot
gevallen, psychologische of psychiatrische problemen. Soms zijn de problemen te zwaar, dan is het beter om nee te zeggen. >>
Lambert, initiatiefnemer en bewoner van ‘De Heemshof’, woongroep en sociale opvang (in: ‘Landelijk en idealistisch project in Heemskerk’, tijdschrift van de Landelijke Vereniging Centraal Wonen – LVCW, 2007)
*****
<< L’habitat groupé peut […] se traduire par des projets multiples : un habitat pour personnes vieillissantes, pour personnes en précarité, pour des personnes avec un handicap mental, …
Dans ce dernier cas, des personnes valides vivent à proximité (en appartement dans le même immeuble, par exemple) de personnes avec un handicap mental désireuses de vivre en autonomie sans toutefois se retrouver isolées. Ces personnes valides, appelées ‘personnes solidaires actives’ ne sont pas des professionnels. Elles sont là pour sécuriser, assurer une présence, une écoute, donner un coup de main en tant que ‘bons voisins’.
Ce système permet de mettre en commun ses ressources autour d’un projet parce que chacun a une richesse (connaissances, réseau social, etc.) à faire partager aux autres au bénéfice de l’ensemble du groupe. C’est une réelle alternative au service résidentiel traditionnel qui permet aux jeunes avec handicap de quitter le cocon familial. >>
‘Participate!’, association pour améliorer la qualité de vie des personnes avec autisme et de leur famille, B (dans : ‘Habitat groupé. Qu’est-ce que c’est ?’, article sur leur site internet, 2018)
*****
<< Bijgaardehof is een cohousingproject ontworpen door BOGDAN & VAN BROECK dat werd ontwikkeld door Sogent in samenwerking met stad Gent.
Drie gebouwen voor een wijkgezondheidscentrum en drie bewonersgroepen zullen in de komende jaren gerealiseerd worden op de voormalige Malmarsite in Gent. Het project staat dus reeds in de steigers.
Samen met Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Orbit vzw ondersteunen we de vraag naar een inclusie-unit van bewonersgroep Biotope.
Ondertussen is het engagement ook overgewaaid naar de twee andere bewonersgroepen en wordt er onderzocht hoe we drie inclusie-units kunnen realiseren.
Buiten de eigen zelfstandige woning zullen dan drie nieuwe gezinnen gebruik kunnen maken van gemeenschappelijke binnen- en buitenruimtes.
Door middel van het ontwerp en met zin voor samenwonen worden hand- en spandiensten, samen koken, uitblazen of gewoon een praatje slaan in een eindeloze estafette mogelijk gemaakt. >>
Team Vlaams Bouwmeester (uit: ‘Wonen in diversiteit – inclusieve woonvormen voor nieuwkomers’, Brochure voor de architectuurtentoonstelling in de Singel, 2017)
*****
<< De Genderhof nieuwe stijl is een woonproject in het centrum van Eindhoven, dat organisch en geruisloos is ontstaan. Door de toegenomen leegstand in het uit 1970 daterende woonzorgcentrum, besloot Wooninc. zonder aanvullende investeringen hier ook andere -met name woonurgente- groepen tijdelijk te huisvesten. […]
De combinatie van bewoning van oud en jong, allochtoon en autochtoon in de Genderhof leverde aanvankelijk incidenteel wat knelpunten op. Maar meer nog leidt the magic mix van bewoners tot bijzondere ontmoetingen. Zoals de senior die een luisterend oor is voor de jongere met problemen of de arbeidsmigrant, die boodschappen doet voor de buurman, die slecht ter been is.
Het (voormalig) woonzorgcentrum telt […] ongeveer 190 appartementen en een plint met voorzieningen. Alle bewoners […] beschikken over een keuken, doucheruimte en toilet. Daarnaast kunnen zij gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen zoals een ontmoetingsruimte met maaltijdmogelijkheden, wasserette, kapsalon, kerk en een afsluitbare fietsenstalling. >>
uittreksel uit het juryrapport over de landelijke Inspiratieprijs Flexwonen voor het Genderhof in Eindhoven, NL, 2015
*****
<< Self-organized housing can not be a substitute for an inclusive housing policy, but it can be a complement. Many projects in Vienna do this with internal solidarity funds and mutual support, with cross-subsidized, affordable dwellings, as well as with refugee and starter apartments. Some projects are specifically aimed at disadvantaged groups. Future perspectives are good if solutions for the most important challenges are found, such as a particularly strong middle-class orientation of urban housing projects. This will always be part of such projects, but an attempt should be made to go beyond this social and income group, and thus achieve a significance for society as a whole. >>
Robert Temel, independent researcher, journalist, networker: architecture, city and culture, Wien, AT, (in: ‘CoHousing Inclusive – Self-organized, community-led housing for all’, by Michael Lafond & Larisa Tsvetkova, ID22: Institute for creative sustainability, Berlin, 2017)
*****
<< Jedes Haus ist ein Parasit: Es verbraucht Platz, Ressourcen und Energie. Es kann aber auch ein Symbiont werden, ein Prozess statt nur ein Gebäude, und das wollten wir mit diesem Projekt erreichen. Im VinziRast-mittendrin bieten wir nicht nur Wohnen, sondern auch Räume und Möglichkeiten der Begegnung und des Rückzugs. Im sozialen Wohnungsbau ist dies eine Notwendigkeit und kein Luxus, denn er soll mehr als nur ein reines Überleben ermöglichen. Auf dem Weg zur Inklusion ist es nötig darüber nachzudenken, was Projekte erreichen können und nicht nur, was sie können müssen. >>
Alexander Hagner, Architekt (in: ‘CoHousing Inclusive – Selbstorganisiertes, gemeinschaftliches wohnen für alle, Michael Lafond & Larisa Tsvetkova, ID22: Institut für kreative Nachhaltigkeit, Berlin, 2017)
*****
<< Het woonproject bestaat uit twee studentenhuizen in de wijk het Vonderkwartier in Eindhoven […]. Door Nederlandse studenten en vluchtelingen samen te brengen onder één dak, kunnen zij van elkaar leren. Andere culturen, omstandigheden en levensverhalen verbreden je horizon. Voor de vluchtelingen betekent samenleven met leeftijdsgenoten ook dat zij sneller hun weg kunnen vinden in de Nederlandse samenleving en zich beter kunnen oriënteren op hun toekomst.
Zelfredzaamheid is een centraal thema bij het Woonproject. […] We zien dat door het verblijf in een van de studentenhuizen er aanzienlijk meer perspectief ontstaat voor jonge vluchtelingen. Het geeft ze de ruimte, rust en handvatten om meer grip te krijgen op hun eigen leven. We zien ook dat de Nederlandse studenten en de vrijwilligers die hen bijstaan, daar een groot aandeel in hebben. >>
Jongerenhuis Eindhoven, NL (op hun website, 2017)
*****
<< Until a few years ago, human society was based on the extended family: a family of at least three generations, with parents, children, grandparents, uncles, aunts, and cousins, all living together in a single or loosely knit multiple household. But today people move hundreds of miles to marry, to find education, and to work. Under these circumstances the only family units which are left are those units called nuclear families: father, mother, and children. And many of these are broken down even further by divorce and separation.
Unfortunately, it seems very likely that the nuclear family is not a viable form. It is too small. Each person in a nuclear family is too tightly linked to other members of the family ; any one relationship which goes sour, even for a few hours, becomes critical ; people cannot simply turn away toward uncles, aunts, grandchildren, cousins, brothers. Instead, each difficulty twists the family unit into ever tighter spirals of discomfort ; the children become prey to all kinds of dependencies and […] neuroses ; the parents are so dependent on each other that they are finally forced to separate. >>
Christopher Alexander, architect, Prof. Em. Architecture, University of California, Berkeley, AT – US (in: ‘A Pattern language’, 1977)
*****
<< Ich wollte endlich ‚raus‘ und mein eigens Zuhause haben. Es ist aber sehr schwer, eine barrierefreie Wohnung zu finden. Im Spreefeld konnte ich eine WG [Wohngemeinschaft] gründen und es gefällt mir gut, mit zwei anderen junge Frauen zusammenzuwohenen. Natürlich geht nicht alles ohne Hilfe. Zum Beispiel sind die Türen im Passivhaus schwer und die angrenzenden Wege nicht wirklich rollstuhlgerecht. Und ich würde mir sehr wünschen, dass der Spree-Uferweg rollstuhlgerecht gestaltet wird. Doch ich lebe hier selbstbestimmt mit persönlicher Assistenz, bin Teil einer Gemeinschaft und fühle mich immer bei den Nachbarinnen willkommen. >>
Sophie Schöffler, Bewohnerin Spreefeld, rollstuhl Berlin, D (in: ‘CoHousing Inclusive – Selbstorganisiertes, gemeinscaftliches wohnen für alle’, Michael Lafond & Larisa Tsvetkova, ID22: Institut für kreative Nachhaltigkeit, 2017)
*****
<< Tienermoeders, starters op de woningmarkt, studenten, jonge mensen die begeleiding nodig hebben vanwege hun verstandelijke beperking of psychische klachten, jeugdige vluchtelingen, mensen die op zoek zijn naar een leven in stilte en aandacht: deze diverse combinaties van jonge en oude bewoners in een woonproject zijn op een of meerdere plaatsen in Nederland te vinden. […]
Directeur Gea Sijpkes van Humanitas Deventer gelooft sterk in diversiteit en in inclusie: niet buitensluiten maar binnenhalen. Per situatie bekijkt zij welke mogelijkheden ze ziet voor samenwonen van oudere en jongere mensen. “Ik zoek naar de win-win,” zegt ze. Daarbij streeft ze steeds meer naar dwarsverbanden met de buurt waar Humanitas staat. Haar verzorgingshuis biedt nu bijvoorbeeld steun aan een jongere die zelfstandig in een nabij gelegen flat woont, maar soms steun nodig heeft. Sijpkes maakte ook een woning vrij voor een vrouw van 36 met een verstandelijke beperking die een betere woonplek zocht. “Ze werkt hier nu als gastvrouw en trekt zich op aan de studenten. Wie weet kan ze binnenkort wel zelfstandig gaan wonen in de flat hierachter.” >>
Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg (in: brochure ‘Generaties huizen samen, Veelbelovende woonprojecten voor jong en oud’, ‘Een woning voor diverse doelgroepen’, uitgegeven door Aedes-Actiz, Leyden Academy on Vitality and Ageing & Het Zonnehuis, 2016)
*****
<< [Over hoe stedenbouw de polarisatie kan afremmen] worden vaak te hoge en vooral verkeerde verwachtingen geschapen. Stadsplanning kan iets doen, maar nu betekent het dat men alle sociale klassen, leeftijden en etnische achtergronden krampachtig in één appartementsgebouw wil stoppen. Er is geen enkel bewijs dat die strategie zou werken. En toch staat ze in elk Europees stedenbouwkundig beleid.
In de stadsvernieuwing veroorzaakt dat een impasse, omdat zelfs de goedkoopste woningen in zulke huisvestingsprojecten te duur zijn voor de lagere sociale klasse. Dat is logisch, want die projecten zijn meestal in handen van projectontwikkelaars of privaat-publieke samenwerkingen. Die kijken naar de winst.
Het is toch een vreemd idee om sociaal contact te willen opwekken in de huisvesting, een sector die aangedreven wordt door winst. De publieke ruimte is daar beter geschikt voor: marktplaatsen, bibliotheken en parken. Maar die kun je niet verkopen of verhuren, dus daar is weinig aandacht voor in de stadsplanning. >>
Luce Beeckmans, architecte, researcher, B (in: ‘Diversiteit: Ik vrees dat we naar een escalatie gaan’, Interview in Knack Magazine, 2018)
*****
<< We’re a pretty unlikely crowd, given the setting : Computer Science Housing (CSH), an interest-based intentional community in a university dormitory. We all applied, and were accepted, because of an interest in computers. Then in turned out that five of us, one-fifth of the whole floor, were transgender or otherwise genderqueer (not quite comfortable as male or female) […]
I talked to Flora, a former member who is now Dave’s housemate; she said, “For me, CSH was always a place where gender just simply didn’t matter. […] you were a geek and you were awesome or you weren’t.”
In fact, I think that it’s partly that nobody tried to make the space safe for queer folks that got most of us come out to each other and the larger group. […] What matters […] is that I am a community member first and foremost, and anything else second. >>
Esty Thomas, living in housing cooperative (in: ‘Genderqueer Geeks Discover Hivemind in Community’, Communities Magazine, 2014)
*****