GROEP - GROUPE - GROUP

Schaal

<< Het is moeilijk om in de literatuur iets te vinden over groepsgrootten, gekoppeld aan passende voorzieningen. Ik heb er in de loop van de tijd een paar kunnen vinden:

– Voor vergaderingen is het getal van 8 personen een soort optimum, dat alle deelnemers tot hun recht komen.

– Een ander getal dat genoemd wordt is 30. Dit is het aantal mensen dat samen kan leven zonder dat afspraken schriftelijk hoeven te worden vastgelegd.

– Dan is er het getal 120, dat staat voor het aantal mensen dat we in ons leven kunnen overzien als kennissenkring. >>

Redactie Gewoon Anders (in: ‘Wat doen we samen? En met hoeveel?’, Gewoon Anders, tijdschrift van de Landelijke Vereniging Centraal Wonen – LVCW, 2014)

*****

[Bij] grote woongemeenschappen [is er] sprake van verschillende schaalniveaus.

Het eerste schaalniveau is het niveau van het individu, in de vorm van een slaapkamer.

Daarboven ligt het niveau van het huishouden, in de vorm van de woonkamer met keuken.

Hierboven ligt (soms) het niveau van de ‘cluster’, in de vorm van een kook-, eet- en zitruimte voor 4 of 5 woningen.

Daarboven komt het niveau van de totale woongemeenschap, in de vorm van een projectruimte, een algemene feest- en ontmoetingsruimte met faciliteiten voor hobbies en kinderopvang.

Te grote sprongen in deze reeks kunnen voor isolement zorgen. Een huishouden dat is opgenomen in een collectief van bijvoorbeeld 100 woningen, zal waarschijnlijk verloren raken [waardoor] zij geïsoleerd blijven en elkaar niet kunnen bereiken. […]

Daarom is het van belang de reeks van schaalniveaus zo te faseren dat er geen sprongen in voor komen die zo groot zijn dat de onderliggende niveaus hun aansluiting bij een hoger niveau missen. >>

Filip Krabbendam, architect, bewoner van een woongemeenschap ((in: ‘Centraal Wonen en de Gated communities’, Gewoon Anders, tijdschrift van de Landelijke Vereniging Centraal Wonen – LVCW, 2005)

*****

<< From our planning in a rural area of Wisconsin, and from my experience studying small group communication in university, I’d say twelve is the minimum number [of units for cohousing]. When there are fewer, it is too easy to divide into factions and it is more difficult to spread the work to be done sufficiently. Looking at it more positively, you can build a more diverse community that benefits from the unique contributions of a number of different thinkers when you have twelve or more. >>

Jerry McIntire, founding member, project manager and resident of  Stone’s Throw Ecovillage (in: Cohousing-L mailing list, 2014)

*****

<< Personnellement je suis pour des gros projets… de l’ordre de vingt-cinq – trente logements. Peut-être pour que ça per­mette de respirer, de se fâcher avec l’un et de se faire plus copain avec l’autre… Disons que quand on est douze ou dix, il faut être copain avec tout le monde et dès qu’on commence à se fâcher avec l’un, ça fout le bordel… Et comme moi je me fâche facilement et que j’ai un caractère de cochon… globa­lement c’est trop petit. Bon, je n’ai pas été malheureux mais j’aurais aimé pouvoir respirer dans un groupe plus grand. >>

habitant d’un habitat participatif (dans: ‘Abécédaire de l’habitat participatif’, Éco Habitat Groupé, 2014)

*****

<< [The] British evolutionary anthropologist Robin Dunbar […] has stated that 150 people is the ‘point beyond which members of any social group lose their ability to function effectively in social relationships.’

[…] he mentioned that the 150 people are made up of: 5 intimate friends, 15 good friends, including the 5 intimate friends), 50 friends (including the 5 intimate friends and 15 good friends), 150 acquaintances (all-encompassing)

I recently had a question from an Adelaide group […] “what is the optimum size to begin the process of developing our cohousing project?”

In my experience, something that keeps to approximately 50 people in total across the households (including kids); however a core group of no more than 12–15 people should make up the decision making committee. […] this number […] allows enough diversity in the group to demonstrate a wider cross section of the community; and […] it is small enough to ensure decisions get made and do not drag out. >>

Esther Sugihto, Social Design & Architecture, Melbourne, Australia (in her blog, 2016)

*****

<< Je kunt je niet bij de hele wereld tegelijk betrokken voelen. Er zit een maximum aan het aantal mensen. Dat wil niet zeggen dat iedereen vast zit aan het kerngezin. Als je kijkt naar tribale samenlevingen zie je dat mensen over het algemeen groepen vormen van hooguit 15 mensen.

Waar grotere verbanden ontstaan zie je dat er subgroepen van opnieuw max. 15 mensen ontstaan. In grote panden is het handig om hier bij voorbaat rekening mee te houden, en bijvoorbeeld per vleugel of verdieping (sub-)woongroepen te vormen die niet groter zijn.

Dit geldt zowel voor woongroepen die veel met elkaar delen als voor lossere verbanden. >>

Bas Thijs, coacht gezamenlijk wonen initiatieven (in: ‘Do’s en don’ts rond betrokkenheid’, website woongroepcoach, 2013)

*****

<< The Danes have a long history of cultural workers: people who consider what makes a town or city work well. […] That has percolated down to the practices that make cohousing work. Scale is the key.

That said, lots of people argue that 20 to 50 adults works optimally. While “51 and above” challenges the whole concept of operating based on consensus, fewer than 20 challenges another basic probability: the likelihood of social connections. That is, ideally, every adult has four or five others that he or she really connects with. >>

Charles (Chuck) Durrett, cohousing architect, US (in: ‘Size matters’,

Website of The Cohousing Association of the United States, 2008)

*****

Een project gemeenschappelijk wonen kan opgedeeld en georganiseerd zijn in clusters of meerdere projecten kunnen gegroepeerd worden omwille van de leefbaarheid van de groep(en) en de praktische organisatie van diverse functies. Er kunnen gedeelde ruimtes voorzien zijn voor de afzonderlijke clusters en/of op projectniveau. Voorbeelden :

– 2 cohousings van elk 20 units + 2 woongroepen mindervaliden van elk 6 units en gedeelde ruimtes + gedeelde ruimtes op projectniveau (Wilde Rosen, D) 

– 4 cohousings van elk 20 units (Bondbjerget, DK)

– 1 cohousing project met 2 clusters van elk 10 units rond hun groene buitenruimte + 1 gedeelde ruimtes op projectniveau (Drejerbanken, DK)

– 5 clusters van elk 2 woongroepen van +/-7 personen, dus samen +/- 70 personen  (CW Purmerend, NL)

– 10 clusters van 5 à units, elk met gedeelde living + gedeelde ruimtes op projectniveau (CW Lismortel, NL)

– 10 clusters van elk 4 à 5 units + 2 woongroepen van 3 personen + gedeelde ruimtes op projectniveau (CW Wandelmeent, NL)

– cohousing (multigenerationeel) met 32 huizen + senior cohousing in gebouw met 30 woonsten, elk met hun commonhouse (Wolf Creek, US) >>

Luk Jonckheere, samenhuizen voortrekker, bewoner van cohousing La Grande Cense, B (in: ‘Voorbeelden van clusters bij gemeenschappelijk wonen’, werktekst, 2014)

*****

<< The cluster seem to work best if they have between 8 and 12 houses each. With one representative from each family, this is the number of people that can sit around a common meeting table, can talk to each other directly, face to face, and can therefore make wise decisions about the land they hold in common. Of course, the average size for clusters might be less, perhaps 6 or 8 ; and clusters of 3, 4, or 5 homes can work perfectly well. >>

Christopher Alexander, architect, Prof. Em. Architecture, University of California, Berkeley, AT – US (in: ‘A Pattern language’, 1977)

*****

<< … de grootte van de gemeenschap, in combinatie met de graad van gemeenschappelijkheid [kan] soms ook bepalend zijn voor het succes hiervan. Wanneer er sprake is van een klein aantal bewoners is het moeilijker om elkaar te ontlopen. Als de bewoners lang samenwonen komt het met enige regelmaat voor dat er onenigheid ontstaat […]. Op het moment dat de gemeenschap groot genoeg is voor bewoners om een tijdje niks met elkaar van doen te hebben, lukt het vaak om deze onenigheid na enige tijd achterwege te laten. Bij kleine gemeenschappen van slechts enkele bewoners hebben de bewoners continue met elkaar te maken. Het is daarbij des te belangrijker dat bewoners (leren) hoe onderlinge problemen op te lossen. […] Als er echter geen ruimte is om elkaar te ontlopen, veelal door een hogere mate van gemeenschappelijkheid, kan de onenigheid groeien omdat men niet even afstand van elkaar kan nemen. Bij kleinere groepen kan het daarom belangrijk zijn om bij dergelijke situaties op tijd in te springen.

Pieter van de Werdt, TU-Eindhoven, NL (in: ‘Centraal wonen voor iedereen – Woongemeenschappen in een spanningsveld van privé-eigendom en gemeenschappelijk gebruik’, 2012)

*****

<< Being very closely involved in Crystal Waters, I have been able to observe the growth patterns. It was interesting to watch the population outgrow the extended `family’ size and closely bond into a `clan’.

[…] as the population increased past about 40, friction started to occur. New arrivals were seen almost as intruders and it became more and more difficult to maintain close relationships. The period was full of internal politics and conflicts. What was happening as the group moved beyond clan size was that people began to form smaller social clusters, based on lifestyle and attitude. >>

Max Lindegger, designer, resident of Crystal Waters community (in: ‘Community Size… A Numbers Game’, Global Ecovillage Network Oceania & Asia, Newsletter, 2000)

*****

<< Small rural villages and towns are an integral part of the web of human settlements (from households to cities). While there are many other ways for humans to live sustainably, DR [Dancing Rabbit Ecovillage] hopes to be a model of such a village. This goal is at the core of DR’s vision. […]
Anthropological studies show that 500-1000 people can be an ideal size for a small human settlement. It is large enough to be socially diverse and robust and support an internal economy, yet small enough to be human scale (meaning one sees others as individual people and not just masses of humans; one feels connected to the social system and truly empowered in the democratic decision making process). Plans and designs for DR should always keep in mind this eventual goal of having 500-1000 people here. >>

Tony Sirna, resident and Development Coordinator of Dancing Rabbit Ecovillage, US (in: ‘A Dancing Rabbit Pattern Language)

*****

Standaard

stel een citaat voor - suggérez une citation - propose a quote