GROEP - GROUPE - GROUP

Nieuwe medebewoners

<< Essentieel bij alle vormen van gemeenschappelijk wonen is daarom dat de leden samen bepalen wie er in de groep komt wonen.

Soms worden open plaatsen door de gemeente of woningcorporatie toegewezen zonder dat de bewoners daarop invloed hebben. Dit kan funeste gevolgen hebben voor de samenhang in de groep.

Ook moeten de leden invloed kunnen uitoefenen op de inrichting van de woningen en de gemeenschappelijke ruimten. Dit veronderstelt dat alle leden intensief betrokken zijn bij de planvorming en groepsvorming en waar mogelijk ook uitvoerende verantwoordelijkheid dragen.

Tenslotte zijn communicatieve vaardigheden van groot belang: vermogen tot samenwerking en tot gemeenschappelijke besluitvorming. >>

Federatie Gemeenschappelijk Wonen, Nederland (uit:  ‘Handreiking Gemeenschappelijk Wonen’, 2005)

*****

<< Wanneer ga je leden werven? Bij de keuze van dit moment speelde de procesbegeleider een grote rol.

Toen de uitgangspunten eenmaal vastlagen, de architect was geselecteerd, en er afspraken waren gemaakt met de gemeente en de woningcorporatie, adviseerde de procesbegeleider om te gaan werven.

De gemeente vond dat nog veel te vroeg.
Argumenten om te werven waren: het ontwerpproces kost vreselijk veel tijd en energie, dat lukt je niet met een klein clubje. Bovendien moet je mensen betrekken als nog niet alles vastligt, dan krijg je een sterkere groep met meer inzet. >>

De bewoners van ‘De Kersentuin’, Centraal Wonen in Utrecht, NL (uit: ‘De Kersentuin, Handreiking Particulier  Opdrachtgeverschap’, 2003)

*****

<< The core CoHousing principle that communities take the key decisions about membership and property transfers may also take some time to be acceptable to the wider property development ‘industry’, who have a powerful influence over national legal and housing practice.

It will be beholden upon aspiring ‘intentional community’ groups to review the skills they require to adopt a more business-like approach to achieveing their endeavours, and be firm in their search for the most suitable partners to help them achieve their goals.

This may require a degree of compromise that was previously held to be unpalatable, however this need not be a one-way issue. >>

Martin Field, Senior Lecturer, University of Northampton, Social Sciences, UK (uit: ‘Thinking about CoHousing, 2005)

*****

<< Waarop moet je letten bij een interview met een kandidaat?

Ten eerste is er emotionele volwassenheid:

Kies mensen met een gezond gevoel van eigenwaarde, geen mensen die een woongroep nodig hebben voor hun mentale welzijn. […] woongroepen zijn kwetsbaar, en ondanks alle goede bedoelingen zijn het geen zorginstellingen.

Ten tweede kun je naar de communicatieve vaardigheden van de kandidaat kijken: Kan zij haar eigen mening goed verwoorden, staat zij open voor andere meningen en is zij geïnteresseerd in andere meningen?

Tenslotte is het belangrijk om te kijken of de kandidaat dezelfde normen en waarden heeft als de rest van de groep, tenminste wat betreft de centrale punten. >>

Marc Pauly, kenniscentrum Filosofie van RUGroningen (in: ‘Een huis delen: Hoe hou je het leuk?’)

*****

<< Joe and Lisa are interested in community.

They are invited to a couple of meetings.

Let’s face it, meetings don’t always go very well, and are not really necessarily reflective of what kind of community you will be. They see tension, and perhaps an overly controlled environment. Blech! Is that what community is about? […]

Loe and Jisa are interested in community. They are invited to a group dinner.
It’s a fun social event, they talk to many people, share their lives and interests, find out that another couple has a lot in common with them. They feel connected, and part of the larger family sense which is a great deal more like what the community you are trying to build is really about. >>

Rob Sandelin, group facilitator, Sharingwood Community, US (cohousing-L mailing list)

*****

<< Nous avons longtemps été persuadés que le choix de partenaires d’un cohabitat, pour être judicieux, devait se faire sur des affinités affectives spontanées et des critères raisonnés. On se coopte parce qu’on a des points en commun.

L’expérience nous amène à nuancer considérablement ce point de vue. Nous avons rencontré des personnes réunies par hasard et s’en trouvant fort bien.

Nous nous méfions de l’expression « le hasard fait bien les choses », parce que cela pourrait sous-entendre qu’il n’y a qu’à laisser faire […]

Comme nous nous situons plutôt dans la lignée des stoïciens, nous acceptons à la fois l’existence d’évènements dont la maîtrise nous échappe, mais aussi ceux sur lesquels nous pouvons exercer notre volonté. >>

Marthe Marandola & Geneviève Lefebvre, Médiation et formation, vivent en ‘cohabitat participatif’ (uit:  ‘Cohabiter pour vivre mieux’, France, 2009)

*****

I was already very interested in cohousing
before the one I live in now was even planned.

When I went to the first meeting, I knew I was in the right place. I was so impressed with how they related to each other during a very angry discussion about money.

I knew that they were people who respected other people, had similar values to mine, and were already a close-knit community.

We all learn and get information in different ways. Verbal learners get info through talking, and visual learners are bored to tears by that. >>
Liz Stevenson, Southside Park Cohousing, US (cohousing-L mailing list)

*****

<< I have seen people commit to a project because of an empowered meeting, where you could sense the excitement and comraderie of the group as it worked. Most of what you do as you form is to meet, and these gatherings are the primary way people experience your group. If its grim and stomachache laden, who wants to be part of that?

As I continue to tell people, never hold a meeting if you can hold a party instead. >>

Rob Sandelin, Sharingwood Cohousing (in: cohousing-L mailing list, The Cohousing Association of the United States,2000)

*****

<< Gemeenschappelijke doelstellingen en toewijzingsbeleid lijken in de discussie over voor wie CW projecten toegankelijk zou moeten zijn samen te komen.

Moet het project open staan voor iedereen of alleen voor mensen die de gezamenlijke doelstelling uitdragen.

De inhoud van deze gemeenschappelijke doelstelling wordt daarbij […] door verschillende bewoners op verschillende manieren onderbouwd.

Niet verwonderlijk dat ook ideeën over het toewijzingsbeleid van de toewijzingscommissie […] en het aandeel en de rol van bepaalde (doel)groepen op verschillende manieren worden uitgedragen. >>

Martijn Felder, Leerstoelgroep Culturele Geografie, Wageningen University & Research centre, NL (uit: ‘Centraal Wonen voor iedereen, 2012’ i.o.v. CW Wageningen & LVCW, Landelijke Vereniging Centraal Wonen)

*****

<< Screening happens in a bunch of different ways.  I think that “everything selects,” that is, every characteristic of a group acts as a filter, inviting in some people and screening others out.

So while the overt screening at [one] community might have been merely to read a book and attend two meetings, there were other filters in place both overt (qualifying for a mortgage, […] ) and covert (all the tiny habits and actions that create culture in a group). […]
You can choose as a group to put certain filters in place early on that will serve your group well in the future.  […] For example […]  i recommend :
(1) EVERYONE will be expected to help cook common meals
(2) Expect and invite people to contribute to the work of the group as early as possible.
(3) Require a financial contribution early on […]  and make decision-making power contingent on that payment. >>

Tree Bressen, group facilitator, living in Eugene Cohousing, US (cohousing-L mailing list)

*****

<< In projecten voor gemeenschappelijk wonen kiest de zittende groep de nieuwe bewoners. Soms direct, door de direct betrokkenen op de plek waar een woonruimte is vrijgekomen, soms door tussenkomst van een commissie. […]

In het Centraal Wonen project waar ik zelf woon heeft een groep dit ooit willen afschaffen. ‘Iedereen die zich bij ons thuis voelt is welkom’ was het devies. Helaas leidde dat in de praktijk tot heel wat problemen. Het bewust instemmen van bewoners is geen garantie hiertegen, maar het kan de kans op problemen wel verminderen. En wat is er tegen? Dit is inherent aan het samen bewonen van een huis. Wie met een partner een huis wil delen probeert ook van tevoren in te schatten of dat wel goed zal gaan. Dat is een heel wat strengere procedure  dan die van een groep, waar men gegadigden twee of drie keer uitnodigt op een gemeenschappelijke maaltijd! >>

Redactie Gewoon Anders (in: ‘Wat doen we samen? En met wie?’, Gewoon Anders, tijdschrift van de Landelijke Vereniging Centraal Wonen – LVCW, 2014)

*****

<< Van bij de start […] hebben we geijverd voor een mooie spreiding in leeftijden, sociale achtergrond, beroepscategorie en gezinsinkomsten.

Enerzijds hebben we ons project bekend gemaakt via zeer diverse kanalen. Anderzijds voorziet het ontwerp in een gevarieerd aanbod van woningen. De grootte varieert van ca. 60 tot 170m², met 1 tot 4 slaapkamers. Er zijn huisjes, appartementen en studio’s. […]

Tenslotte voorzien we een speeltuin en veilige zone en zorgen we voor goede toegankelijkheid voor ouderen of mindervaliden. Bij onze activiteiten besteden we aandacht aan kinderopvang en aangepaste activiteiten voor jong en oud, fit en minder fit.

En [zelfs zonder] actieve selectie blijkt dat we een hele goede spreiding van leeftijden hebben bekomen […].

[Dat] is voor ons heel belangrijk [en het] voelt gewoon heel natuurlijk aan. Ouderen worden […] beter opgevangen en gestimuleerd. Jonge gezinnen of alleenstaande ouders vinden vlot opvang voor hun kindjes. De kinderen zelf pikken de kennis en vaardigheden op van meerdere volwassenen. Gepensioneerden zorgen ook overdag voor een aanwezigheid […] en ’s avonds zijn zij niet alleen. >>

Luk Jonckheere, samenhuizen voortrekker, cohousing bewoner (in: ‘Intergenerationeel wonen’, bouwblog van Cohousing La Grande Cense, 2009)

*****

<< Veel projecten werken met een wachtlijst. Komt er woonruimte vrij, dan kunnen aspirant bewoners van de wachtlijst doorschuiven en echte bewoners worden.

Eerste vraag: welke bewoners van de wachtlijst? De bovenste? Dat zou wel het rechtvaardigste zijn, maar er is een ander aspect dat bij wonen van belang is, aan nieuwe bewoners wordt ook de eis gesteld dat zij in sociale zin passen bij de reeds zittende bewoners. Deze twee criteria staan op gespannen voet met elkaar. […]

Wie kiest voor passende bewoners heeft nog een probleem: hoe kun je je keuze verantwoorden? Hoe kun je bepalen wat passende bewoners zijn? Zijn daar criteria voor? Dan zou er toch nog sprake zijn van énige rechtvaardigheid. […]

Maar hoe je het ook wendt of keert, toch blijft het ‘passen bij de groep’ een belangrijk criterium dat niet geheel in

objectieve termen is vast te leggen. >>

Redactie Gewoon Anders (in: ‘Nieuwe bewoners kiezen – rechtvaardig of persoonlijk?’, Gewoon Anders, tijdschrift van de Landelijke Vereniging Centraal Wonen – LVCW, 2005)

*****

<< … for every group that creates a selection process, there is one which has no selection process.

Although I must point out, that there is often a hidden selection process.

The invisible selection process selects for:

1. High tolerance of meetings, willingness to collaborate

2. People who are like someone in the group that exists when they join […].

3. Risk takers, people who are able to deal with ambiguity

4. Usually folks with secure incomes and some liquid assets

5. People with a high social index, meaning they can socialize well, with many people.

Other factors can include: People who are self starters, they don’t need to be told what to do. People who are good communicators in groups, people that are willing to change their use of free time, people that are idealistic, people that have strong environmental values.

These invisible factors affect your recruiting as well. >>

*****

<< Pour que les mouvements se passent bien, “il faut que les anciens accueillent les nouveaux à égalité, sans qu’il soit question d’ancienneté, estime Pierre-Yves Jan. Un grand principe des coopératives, c’est qu’une personne égale une voix, qu’elle soit là depuis cinq minutes ou depuis cinquante ans.” C’est une chance, selon lui, d’accueillir un ménage avec qui l’on n’a pas la même aventure : “Une nouvelle personne peut devenir une ressource, pour apprendre à partager l’essentiel et ne pas s’enfermer dans les codes implicites qui se construisent dans tout groupe.” A Babel-Oust [Nantes], l’un des appartements est en location : “ça s’est toujours bien passé, ça fait du bien, du sang neuf ! Et si l’un de nous part, on a des copains proches du projet prêts à nous rejoindre. Nous avons confiance”, affirme l’un des habitants. >>

Pierre Rabhi e.a. (dans : ‘Oasis : un nouveau mode de vie : autonomie, partage et convivialité’, Kaizen, hors-série, en collaboration avec Colibris, 2015)

*****

<< [Het is] essentieel dat de bewonersgroep op zich onafhankelijk de selectie voert van kandidaat-bewoners in functie van het dagelijks leven. Het welslagen van het project hangt er van af.

De voorbeelden waarbij de instroom van bewoners door een externe instantie gebeurde tonen aan dat de groep bijna steeds niet goed functioneert, dat er in zeldzame gevallen een enigszins betrokken buurtleven ontstaat maar zonder garantie op continuïteit. […]

Wat wel werkt is een systeem waarbij de voorselectie van kandidaat-bewoners gebeurt door bvb. een sociale huisvestingsmaatschappij op inkomenscriteria en sociale rechten, met daarna een tweede autonome filtering door de bewonersgroep zelf. >>

Luk Jonckheere, voorzitter ‘Samenhuizen vzw’, bewoner cohousing ‘La Grande Cense’ & Trui Maes, voortrekker Samenhuizen, voortrekker CLT Vlaanderen (uit: ‘Zelfontwikkeling Gemeenschappelijk Wonen – betaalbaar samen huizen in zelfbeheer’, Samenhuizen v.z.w. & Cedubo v.z.w., Luk Jonckheere & Trui Maes, met steun van het Europees Sociaal Fonds, 2013)

*****

<< [what is best in welcoming newcomers] depends on the person. I don’t respond to the generic warm fuzzy, for example.

 I relate to people through their work and their ideas about things. My first question about a group would be how do you get things done?
If diversity and acceptance of differences are values in cohousing, it would probably work best to allow people to approach the group in whatever way feels best to them. […]  
Who would want a whole group of people who like pot lucks? Or meetings? Or swim parties? Or book clubs? Or budgets? >>

Sharon Villines, Takoma Village Cohousing, US (cohousing-L mailing list)

*****

<< In many groups the experience has been that the process itself is self selecting. Those who can’t tolerate all the work and cooperation don’t stay.

But I can see where the opportunity of lower cost housing would bring more competition to the arena. Our group just used plain seniority, and it worked. I would also suggest having some sort of tier system, like you want this many with low income, this many with moderate, this many market rate, and use seniority within those categories.

Of course, there would be a waiting list and those people should be kept involved somehow. People drop out at the last minute like you wouldn’t believe. They also drop out at critical junctures like when they have to put up money or make other commitments. >>

Liz Stevenson, resident of Southside Park Cohousing, US (in: cohousing-L mailing list, The Cohousing Association of the United States,1999)

*****

Standaard

stel een citaat voor - suggérez une citation - propose a quote