CONTEXT - CONTEXTE

Burgerschap 1

<< Voor veel bewoners is CW [centraal wonen] echter meer dan een project met gelijkgezinden en een plek voor spontane ontmoetingen. Zo noemde een bewoner in een ander project […] CW ‘een broedplaats voor echte democratie’.

Met echte democratie bedoel ik: zelf meedenken, meebeslissen en verantwoordelijkheid nemen over de dingen waar je bij betrokken bent, waar je je bij betrokken voelt’.

Martijn Felder, Leerstoelgroep Culturele Geografie, Wageningen University & Research centre, NL (uit: ‘Centraal Wonen voor iedereen, 2012’ i.o.v. CW Wageningen & LVCW, Landelijke Vereniging Centraal Wonen)

*****

<< There is one characteristic in particular that distinguishes cohousing from many […] other intentional communities, namely its close relationship to wider society. […]

Cohousing members believe that introversion and withdrawal from society is counter-productive. […] It is not an alternative lifestyle, but one deemed appropriate for the broad majority of people.

Most projects are urban or suburban and residents strive to connect with neighbours and contribute to local economic, cultural and politic life. […]

Some cohousing groups have contributed to the rejuvenation of depressed urban precincts whilst others have led pro-environmental activism in their region. >>

Graham Meltzer, architect, researcher, consultant environmental & social architecture, ‘Findhorn community’ (uit: ‘Contemporary Communalism at a Time of Crisis’, in: ‘The Communal Idea in the 21st Century’, 2013)

*****

<< Overall the data strongly supports the claim that cohousing neighborhoods exhibit high levels of trust, social cohesion and norms of reciprocity (social capital).

The evidence also strongly suggests that cohousing neighborhoods are acting as arenas for democracy capacity building by residents.

Finally, the evidence also supports the claim that cohousing neighborhoods are practicing deliberative democracy in the ongoing governance of their communities. >>

<< The results of the study indicate extraordinarily high levels of civic engagement by U.S. cohousing residents as compared to both the general population and to individuals with similar educational, income and racial characteristics. >>

Lisa Poley, Environmental Design and Planning, US (uit master thesis: ‘Community and the Habits of Democratic Citizenship’ , 2007)

*****

<< Nous sommes de plus en plus nombreux à vouloir être partie prenante de la conception et de la gestion de notre cadre de vie.

De plus en plus nombreux à refuser qu’on pense à notre place les lieux dans lesquels nous passons l’essentiel de notre existence, et dépensons en moyenne les deux tiers de nos ressources. […]

De plus en plus nombreux à penser que notre logement doit correspondre à nos modes de vie, prendre en compte la diversité et les fluctuations des situations familiales, la cohabitation possible des générations, les interactions nouvelles entre espace domestique et espace professionnel.

De plus en plus nombreux à vouloir agir pour réduire notre empreinte écologique, en vivant dans des logements moins consommateurs d’énergie et plus collectifs […].

De plus en plus nombreux à vouloir s’engager dans des projets participatifs et vivre dans des réseaux de solidarités actives. >>

Cpa-Cps – Construire pour les autres comme pour soi-même (manifeste)

*****

<< Brutopia’s nauwe samenwerking met het lokaal dienstencentrum LDC Miro is het voorbeeld bij uitstek van een samenwerking met een externe organisatie met een buurtfunctie. LDC Miro heeft als hoofddoel om de buurt te versterken door zorg aan te bieden en sociale netwerken op te bouwen.

De samenwerking met een buurtgerichte organisatie was een bewuste keuze van de groep.

Deze samenwerking uit zich in eerste instantie door het beschikbaar stellen van de ruimtes (Brutopia’s tuin en Miro’s grote zaal).

Daarnaast zijn er ook enkele individuele bewoners die zich inzetten voor activiteiten van het LDC zoals bijvoorbeeld huistaakbegeleiding.

Het LDC speelt ook een rol bij de verdeling van de groentepakketten, wat oorspronkelijk eerst door enkele bewoners werd georganiseerd. >>

Nicolas Vancayzeele, Master in milieu- en preventiemanagement (in: ‘Cohousing en duurzame steden, Op zoek naar de sociale meerwaarde van cohousing voor buurt en samenleving.’, 2016)

*****

<< Cohousers build their bonding social capital through the creation of a supportive (formal and informal) network within the community […]

at the same time they develop bridging social capital when they try to integrate with the wider context, by organizing activities and making available spaces towards the outside.

Finally, when cohousers try to collaborate with external partners […] they build linking social capital in relation to the ideas, information and advantages obtained through the collaboration with these institutions. >>

Maria Laura Ruiu, Sociologe (in : ‘The Social Capital of Cohousing Communities’, University of Sassari, Italy, 2016)

 

Standaard
CONTEXT - CONTEXTE

Connectie 1

<<Een boom is geen bos, kan geen lokaal evenwichtig klimaat tot stand brengen en is weerloos overgeleverd aan weer en wind.

Terwijl veel bomen samen voor een ecosysteem zorgen dat extreme warmte en kou matigt, veel water opslaat en heel vochtige lucht veroorzaakt.

In een dergelijke omgeving kunnen bomen beschut leven en heel oud worden.

Om dat te bereiken moet de gemeenschap koste wat kost behouden blijven.>>

Peter Wohlleben, boswachter (in: ‘Het verborgen leven van bomen’)

*****

<< Individualisme houdt geen rekening met de behoefte aan samenhang, aan gemeenschap. Het is fictie om de mens te zien als een individu dat in vrijheid zijn wereld vormgeeft. Zo werkt het niet. Mensen hebben een bedding nodig. […]

Er is behoefte aan nieuw engagement. […] Ik kom veel mensen tegen die betrokkenheid met hun omgeving uitstralen. Hoe is onze zorg geregeld? Waar liggen de fietspaden? Maar met het immateriële, met het verlangen naar bedding en samenhang weten we ons geen raad. >>

Bas Heijne, columnist, essayist, NL (interview door Frank Van Zijl, in ‘De Morgen’, 2016)

*****

<< From the moment I first entered a cohousing community, it was apparent that I was in a special place.

While attending the University of Copenhagen in 1980, I discovered cohousing on my one-mile walk to and from the train station each day.

I walked by single-family homes, apartments, and clustered housing. There was never anyone in between the houses; there was no chatting, no visiting — and there were no people.

But there was one cluster of brick houses where I saw a lot of activity between the houses. People were stopping with laundry basket in hand to talk to their neighbors. In the evening, there might be three or five people sitting around a table with a cup of tea or a beer. On the weekends, two or three people were in a parking area looking under the hood of a car. >>

Charles Durrett, Cohousing architect, US  (in: ‘The Senior Cohousing Handbook, 2009)

*****

<< Een goed huis kopen kan iedereen; Goede buren zijn echter onbetaalbaar. >>

Chinees spreekwoord

*****

<< Ninety-nine percent of the time humans have lived on this planet we’ve lived in tribes, groups of 12 to 36 people.

Only during times of war, or what we have now, which is the psychological equivalent of war, does the nuclear family prevail, because it’s the most mobile unit that can ensure the survival of the species.

But for the full flowering of the human spirit we need groups, tribes. >>

Margaret Mead, antropologe

*****

<< Forming a community is not really about your property-purchase and development goals, but about generating a sense of community – a kind of group well-being in which you’ve connected with each other emotionally and know each other deeply. >>

<< As you’d expect, the same kind of communication and process skills that enhance love relationships do the same in community – sharing from the heart, listening to each other deeply, telling difficult truths without making each other wrong. >>

<< … most groups’ experience of what makes people feel connected, and committed to each other [is]  working together in shared labor, eating together, telling each other their life’s experiences, speaking from the heart about personal or interpersonal issues, singing, dancing, doeing rituals, and celebrating birthdays and holidays.>>

Diana Leafe Christian, auteur, groepsfacilitator, US (in: ‘Creating a Life Together: Practical Tools to Grow Ecovillages and Intentional Communities’, 2003)

 

Standaard
MENSEN - PERSONNES - PEOPLE

Senioren 1

<< De nieuwe generatie ouderen is geboren tussen 1946 en 1954, de zogenoemde protestgeneratie of babyboomers. Zij hebben andere stijlvoorkeuren, waarden en opvattingen dan de huidige generatie ouderen.

Ze zijn:

– maatschappelijk betrokken en willen dat blijven

– gericht op zelfbeschikking

– mondig en actief.

De babyboomers hebben andere ideeën over de laatste fase in hun leven, al dan niet met een zorgvraag.

Bij hun opvattingen past geen patiëntconcept, maar een wellnessconcept. >>

Habion, Stichting huisvesting voor ouderen, NL (uit: Het nieuwe ouder worden, het nieuwe wonen’, 2007)

*****

<< Un homme ne devrait pas aborder la fin de sa vie les mains vides et solitaire.

Si la culture […] était pratique et vivante, si par elle, l’individu avait sur son environnement une prise qui s’accomplirait et se renouvellerait au cours des années, à tout âge, il serait un citoyen actif, utile.

S’il n’était pas atomisé dès l’enfance, clos et isolé parmi d’autres atomes, s’il participait à une vie collective, aussi quotidienne et essentielle que sa propre vie, il ne connaîtrait jamais l’exil. >>

Simone de Beauvoir, auteur, F

*****

<< When I see modern nuclear families in the US and in Europe with one father, one mother and one or two children I ask myself: Where are all the others? >>

Sobonfu Somé, spirituele denker, geboren in Burkina Faso, verhuisd naar de VS

*****

<< Woonzorg voor ouderen kan anders!

Ouderen die samen ‘op kot’ gaan, senioren die kiezen om een samenhuisproject op te zetten, kleine zorghuizen,… allerlei initiatieven groeien van onderuit.

In huis Perrekes, bijvoorbeeld, wonen dementerende ouderen niet in een voorziening met lange gangen, maar in een huis met een tuin. De trouwe viervoeter, de flodderpoes , de kanariepiet: ze zijn allemaal welkom en met behulp van het personeel koken de bewoners hun eigen potje.

Alleen, al deze initiatieven beantwoorden niet aan de bestaande normen. […]

Laten we vandaag nog stoppen met erkennen en bouwen van grootschalige WZC en de middelen heroriënteren naar kleinschalige en wijkgebonden zorghuizen. >>

Mieke Vogels, voormalig Agalev minister van Welzijn, politica Goen! (in “De Morgen”, febr 2017)

*****

<< Ik kan me niet voorstellen dat ik over zoveel jaar naar een rusthuis moet. Voor geen geld ter wereld.

Met onze voetbalploeg hebben we ooit de denkoefening gemaakt: waarom kopen we geen lap grond, ergens aan de kust, waar we ons eigen rusthuis bouwen?

We richten het volledig in op onze noden. Iedereen zijn eigen kotje. Jonge vrouwen die ons verzorgen. En een voetbalveld in het midden, zodat we niet te ver moeten lopen.

Dat hele plan was eigenlijk maar om te lachen, maar achteraf dacht ik: waarom niet? >>

Herman Van Molle, televisie presentator (interview Humo 2011)

*****

<< We moeten gaan naar gemengde sites die niet gedefinieerd zijn door de doelgroep, maar door de werkvorm. Ouder worden is immers geen probleem op zich […].

Op een gemengde site kan er dus ook plaats zijn voor andere zorgbehoevenden die er samen met ouderen kunnen rekenen op een concentratie van zorg en aanvullende diensten. […]

Bovendien moeten op zulke sites zelfs leeftijdsonafhankelijke ketens kunnen ontstaan. Men moet er kunnen wonen van 0 tot 99 jaar. Indien jonge gezinnen en ouderen samen op één site leven, kunnen zij elkaar immers diensten bewijzen. […] Dit model werkt echter enkel indien het collectief wordt gedragen.

Gemengde zorgsites kunnen ook een actieve rol spelen in het ontwikkelen van buurten door het organiseren van feesten, door volkstuintjes, het openhouden van een cafetaria, enz. >>

Geert Stroobant, Algemeen Directeur van Zorgdorpen (interview in Mediaplanet, 2016)

 

Standaard
MENSEN - PERSONNES - PEOPLE

Kinderen

<< The presence of multiple caregivers and role models within communities tends to relieve parents from being their children’s sole source of affection and authority.

Consequently, overly intense parent/child relationships are often diffused that may otherwise lead to hyperdependency on the one hand or to rebellion or even child abuse on the other. >>

<< In a sense, multiple parenting replaces the obligatory exchange of resources from parent to child, to more of a marketplace.

With a variety of adults sharing child care responsibilities, parents can choose to interact with children more often when they want to rather than when they have to, thus reducing burnout and enhancing the overall quality of parent-child relationships. >>

Daniel Greenberg (in: ‘Multiple Parenting in Community: The Advantages’)

*****

<< Een keer per jaar creëer ik mijn eigen “village” en breng ik een week door in de Ardense bossen met 4 andere moeders en onze 13 kinderen tussen 2 en 16. Die ene week maakt duidelijk waaraan het ons ontbreekt tijdens de rest van het jaar, wanneer we alleen ploeteren, rennen, kafferen, wassen, plassen, koken, troosten en verzoenen.

De vanzelfsprekendheid waarmee we voor elkaar en alle nageslacht zorgen, doet altijd verlangen naar meer. […]

Die ene week sterkt mij in het geloof dat veel ellende ons bespaard zou blijven in een “village”, waar zorg en steun geen dienstverlening zijn, maar evident, en gratis bovendien.

Daarvoor hoeven we niet terug naar de verstikkende dorpscontext van de jaren vijftig […].

Wel hebben we nood aan een multigenerationele omgeving die opvoeden, zorgen en delen centraal zet; aan meer gemeenschap, niet per se van goederen, maar van bekommernis. >>

Bieke Purnelle, Directeur Kenniscentrum RoSa (In haar MO* column ‘Terug naar het dorp’, mei 2016)

*****

<< … what has posed the greatest challenge for me as a parent living in cohousing has been needing to agree with others who have different parenting styles.

Since we operate by consensus, everyone needs to be comfortable with the decision. This has been difficult when, for example, some people wanted to let the children jump off the furniture in the Common House and I had safety concerns. We also have different standards for when it’s OK to bring a sick child to a community meal.

Ultimately, we come to an agreement and, although sometimes uncomfortable, working through our conflicts has made us closer.

Plus, through our conversations I’ve learned useful ideas from the more experienced parents. >>

Neshama Abraham Paiss, (in: ‘Raising kids in community’ )

*****

<< Je hebt als ouder altijd wel iemand om mee te praten of ideeën uit te wisselen over de opvoeding.

Omdat er met zoveel mensen afspraken gemaakt moeten worden ga je ook veel bewuster stilstaan bij de opvoeding die je aan je kinderen wil geven, veel bewuster keuzes maken. Je gaat dus bewuster én consequenter opvoeden want je wordt er rechtstreeks op aangekeken door anderen.

Je bent gewoon verplicht om over de opvoeding te praten met je partner (en de medebewoners), wat in een doorsnee gezin zeker niet voor de hand ligt… >>

Gudrun Iserentant, Medewerkster Onderwijscentrum Brussel (in: eindwerk „Kinderen in woongemeenschap”)

*****

<< The courtyard has become a central focal point for the children. Usually if one child is outside playing, others are soon to follow.

I’ve appreciated the convenience of spontaneous playdates and the growing closeness of the children. And the courtyard is also a place where other residents spend time with our children.

While our two year old, Halonah, is social by nature , I notice that she warms up to new people faster than other children with whom she plays that don’t live in cohousing. >>

Neshama Abraham Paiss (in: ‘Raising kids in community’ )

*****

<< As Lila sheds the remains of her babyhood I have had to let her go, and because I live in cohousing I can do that much more fully than my suburban neighbors up the street can.

My child doesn’t have to play in the street, be confined alone to a fenced-in backyard or have me arrange play dates for her every day.

When she’s running with the tribe of 6- to 10-year-olds, I know that the other adults keep an eye on the pack if for no other reason than to shoo them out of gardens or coax them out of trees.

All in all, I feel blessed on most days to be raising my children in cohousing. It couldn’t be better for children, and happy children make for happy mamas.

In fact, the single moms here complain that their children spend more time running with the gang than they do at home. >>

Elaine Marshall Fawcett, cohousing bewoonster, US (In: It takes a village to raise a mother)

*****

<< C’est surtout au niveau des enfants que c’est le plus positif car ils n’ont pas une seule réfé­rence de parents. Ils peuvent comparer très vite. Ce n’est pas du tout comme le milieu scolaire où on ne connaît pas les parents. On se connaît tous, et les adultes ont des avis qui ne sont pas forcément concordants entre eux.

Et ça, pour les enfants, ça leur fait prendre conscience d’un cer­tain nombre de choses. « Mon papa, c’est le meilleur, oui, mais machin il est pas mal aussi. Et il n’est pas d’accord avec papa ». Ça fait boum dans la petite tête. >>

habitant d’un habitat participatif (dans: ‘Abécédaire de l’habitat participatif’, Éco Habitat Groupé, 2014)

*****

<< I think we have richer spiritual lives. My kids have more rituals and traditions than they would living in a single-family home.

Traditional celebrations include an Easter egg hunt, Passover Seder, and pumpkin carving, but we also have coming of age ceremonies for teens and a waking up the trees procession for winter solstice.

These mark time and provide context for what it means to be a human being in relationship to others and the natural world. >>

Lewis, cohousing bewoner, US (in: Sarah Lozanova, ‘Raising Kids in Cohousing’)

*****

<< We hebben veel hierover gediscussieerd als groep. We hebben niet geprobeerd om tot één opvoedstijl te komen – dat lijkt mij ook onmogelijk.

Wel hebben we een aantal principes vastgelegd. Iedere vader of moeder mag de kinderen aanspreken op hun gedrag (ook als dat niet zijn / haar eigen kinderen zijn). Als ik bijvoorbeeld zie dat een ander kind iets uitspookt, dan wordt er verwacht dat ik het kind daarover aanspreek.

Soms stuit je wel op de verschillen in opvoedstijl. Het drinken van cola is zo’n punt. Sommige kinderen mogen van hun ouders geen cola drinken, anderen weer wel. De kinderen gaan hier eigenlijk heel gemakkelijk mee om […]

Ik denk dat het in een cohousing extra belangrijk is om respect te hebben voor andere meningen, visies en opvoedstijlen. Soms lachen we natuurlijk wel een keer om alle verschillen, maar respect hiervoor is dè basis van samenleven. Als je dat niet kunt opbrengen, dan is een cohousing niets voor jou. >>

Koenraad De pauw , bewoner Cohousing Vinderhoute (in: ‘Onze kinderen zijn soms beter georganiseerd dan wij’, Samenhuizen vzw blog, 2016)

*****

<< Another reason I’m drawn to cohousing has to do with kids. We’ve always said that someday we’ll have kids, but we’re just not ready yet. Well, “someday” doesn’t seem so far away anymore, and the idea of being a mother is thrilling and terrifying all at once.

To be able to raise kids in a communal setting, to have an extended family […], to be surrounded by support and experience, to have our children interact with people of all ages, to have fun out the front door; all that seems like an amazing opportunity.

I’ve often felt that our current society is really lacking a strong sense of community, and thinking about having kids just highlights it for me. I think cohousing offers an appealing solution. >>

Matt & Claire, living in Ashland Cohousing Community

*****

<< Door verschillende gezondheidsproblemen kon ik niet meer gaan werken en zat ik aan huis gekluisterd. Als alleenstaande moeder beperkte dat tot voor kort mijn sociale leven heel erg. Toen ik van het cohousingproject Vinderhoute hoorde, gaf ik me op als kandidaat. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn autistische zoon van zestien.

Ik maakte me zorgen over een degelijke en betaalbare woning voor hem later. Wat als ik niet meer voor hem kan zorgen? […]

Ik heb nog geen seconde mijn geloof in dit prachtige project verloren. Hier heb ik weer mensen om me heen. Mensen die er oprecht voor elkaar zijn.

Omdat we allemaal een gelijkaardige sociale mentaliteit hebben en het fijn vinden om te delen. Ik deel ook mijn auto. En ook de kinderen delen hun spullen. De fietsjes zijn van iedereen, net als de boeken, cd’s en dvd’s. Ze spelen samen in het paviljoen of crossen rond met de fietsjes op het plein buiten. >>

Kiki, bewoonster van cohousing Vinderhoute (in: VW-magazine, 2013)

*****

<< De helft van de bewoners in cohousing Kilen [DK] zijn kinderen!

Het is soms moeilijk om de juiste balans te vinden tussen plezier en lawaai. Er is consensus dat elke volwassene elk kind tot de orde mag roepen en zelfs straffen. Er wordt de kinderen van jongs af aan geleerd dat ze respect moeten hebben en dat ze net zo goed verantwoordelijk zijn voor een aangename sfeer in de groep.

Ook vriendjes van kinderen zijn welkom. Die voelen ‘Kilen’ niet aan als heel speciaal. 20 jaar geleden wel, maar nu woont 20% van de kinderen in die buurt al in een cohousing en het concept is dus niet vreemd meer.

Tieners hebben het soms iets lastiger omdat er steeds 20 volwassenen in de buurt zijn (terwijl 2 ouders al meer dan genoeg is voor een 16-jarige).

Vanaf 12 jaar worden kinderen betrokken bij het eten maken en de afwas. >>

Samenhuizen vzw (uit: ‘Reisverslag Cohousing Denemarken, 2013)

*****

<< Deze zomer merkte ik op een avond dat mijn dochtertje een verband had aan haar elleboog. Ze was gaan spelen aan de andere uithoek van onze gemeenschap, toen ze viel. Een buur hoorde haar wenen, troostte haar, waste haar en legde een verbandje voor de schrammen, gaf haar een koekje en fruitsap en stuurde haar naar huis, helemaal opgeknapt.

Het is pas veel later die dag dat ik er wat van merkte. Mijn buur had precies gereageerd zoals ik ook zou hebben gedaan. >>

Cohousing bewoner (in: ‘Why we live in Cohousing’, The Cohousing Journal, vertaald door Luk Jonckheere, 2007)

*****

<< Raising children in community offers substantial benefits for parents.

At Sunward, several families are home-schooling their children and get together regularly so their children can socialize together. We also have a preschool in one of our homes. And at Great Oak, one of the future residents, who is an educator, is also planning to have a preschool in her home.

Parents in cohousing often take turns watching each other’s children and sometimes non-parents also get involved to help out. Parents find that it’s a huge advantage to have “built-in” playmates so they don’t need to drive somewhere or make numerous phone calls to coordinate ‘play dates’, these happen spontaneously in our neighborhood.

The relaxed environment and central courtyard make spontaneous socializing easy for both the children and the adults. >>

Nick Meima, founding member, resident & co-developer of the Sunward Cohousing Community, US (in: ‘Community is the Secret Ingredient of Sustainability: How Cohousing Neighborhoods Promote Sustainable Lives’ by Nick Meima with Neshama Abraham Paiss, 2002)

*****

<< In de huidige samenstelling valt direct het multigenerationele karakter van [de Deense cohousing] Regnbuen op. Geluidsoverlast van kinderen, vooral tijdens het eten of als ze ’s avonds laat op het veld buiten spelen, is een onderwerp van discussie.

Maar de vertegenwoordiging van de verschillende generaties is voor ieder van hen vooral een zegen. “Ik heb zelf geen kinderen, maar hier krijg ik de kans grootmoeder te zijn. Ik hou van al dat leven om me heen,” vertelt de oudere generatie.

Een alleenstaande moeder vertelt: “Ik ben hier voor mijn kinderen gekomen. Ik had gelezen dat de toekomst van je kinderen sterk afhangt van de mensen die hun jeugd hebben gekleurd. Ik wilde hun wereld verbreden.”

En voor de moeder zelf? “Het is zo’n verademing niet alles alleen te hoeven doen. In de stad kwam ik totaal niet aan mezelf toe. Hier kan ik koffie gaan drinken bij de buren zonder een oppas te hoeven regelen.” >>

Samenhuizen vzw (in ‘Verslag Reis Denemarken’ 2015)

*****

<< If cohousing is of great help for the parents, kids like it too. […] the cohousing environment offers them large spaces in the common areas as well as a big community of children and teenagers to play with.

Maja, a teenager from Trudeslund puts it clearly that ‘‘there are always people around you. You have a lot of neighbours. You can’t go to school without seeing 1, 2 or 3 persons you know. That’s the best thing. And you know everybody here.We know each others’’ […]

Bjorn explains that ‘‘a whole bunch of adults, that had grown up their childhood at this place, had a speech where they told what was the best part of growing up here. Many of them talked about the corridors and how they just grab their mattress at home and went over to which ever friend they wanted to sleep over with’’ >>

Matthieu Lietaert, cohousing activist, co-founder & resident of cohousing ‘L’Echappée’, B (in: ‘Cohousing’s relevance to degrowth theories’, Journal of Cleaner Production, 2009)

*****

<< Cohousing [is] een schitterende plek voor kinderen om op te groeien, een plek om vele volwassenen te leren kennen, elk met hun talenten, kennis en warme genegenheid. De buren omgeven de kinderen met hun zorgzaamheid en oplettendheid. Bij de ene kan je leren hoe een moestuin wordt verzorgd, bij de andere hoe je knuffelbeesten naait, of een website bouwt of gitaar speelt, bij nog anderen kan je naar verhaaltjes luisteren of schaak spelen of Duitse kerstkoekjes proeven, enzovoorts …

Natuurlijk is Cohousing een plek waar je als kind kan spelen met andere kindjes, in de speeltuin, in de kinderspeelkamer of in de grote tuin. Voor de peutertjes wordt de binnenkoer een mooi afgemaakt universum om te ontdekken. Kortom, cohousing is zalig voor kinderen.

En is zalig voor grote mensen. Zij kunnen genieten van de kinderweelde. Maar ook zij leren van elkaar en hebben deugd van elkanders gezelschap. Terwijl de kinderen in groep begeleid van de school komen, na school worden opgevangen en zo nodig ’s avonds door een babysit worden in bed gestoken. Om te dromen van gisteren, vandaag en morgen. >>

Luk Jonckheere, voortrekker ‘Samenhuizen vzw’, bewoner cohousing ‘La Grande Cense’, Clabecq, B (uit: ‘Cohousing, zalig voor kinderen’, bouwblog van Cohousing La Grande Cense, 2008)

*****

<< Jour d’anniversaire au Bois del Terre. Odile a 5 ans ! […] 15 copains sont venus faire la fête. Martine, notre voisine, a récupéré du matériel déclassé à son boulot : hop, 2 tables et 5 chaises d’enfant. Et en faisant le tour des maisons ce matin, nous avons récolté toutes les chaises et tables nécessaires à la petite fête.

Dans la foulée, Jacques et Anne France ont prêté du matériel décoratif. Le parrain d’Odile est parti en Inde avec sa petite famille et nous a laissé en dépôt un super buffet de bar et des parasols. Le beau cochon sur le bar est arrivé par la donnerie du coin. A gauche, sur le mur, une superbe affiche d’Olivier Cravatte pour illustrer La Fête des Voisins.
Et puis ce bâtiment [espace partagé pour fêtes, réunions, …], sans les forces, les moyens et les motivations conjuguées de nos six familles, il n’aurait jamais vu le jour.
Bon anniversaire Odile ! >>

Les habitants de l’habitat groupé ‘Bois del Terre’, Ottignies, B (dans : ‘MagicKingdom !‘, sur le blog de Bois del Terre, 2008)

*****

<< Ik had tamelijk jong al kinderen en voelde me heel erg geïsoleerd, ik had het gevoel niet te weten wat te doen of hoe voor mijn kindjes te zorgen … en ik had niet veel mensen om daarover te praten.

 Ik ben heel blij de verantwoordelijkheid en beslissingen rond de kinderen in de gemeenschap te delen met andere mensen. Ik kan tegen om het even wie hier gaan zeggen : “ik heb geloof ik een probleem met de kinderen ik weet echt niet hoe het aan te pakken. Heb jij een idee?”. En dikwijls antwoorden zij dan : “O ja, ik heb dit ook meegemaakt en toen heb ik dat geprobeerd en het hielp”. Alleen al de ervaringen te kunnen delen van het samen kinderen groot te brengen is heel waardevol. >>

Cohousing bewoner, US (in : ‘Cohousing : de Voordelen van Meer-ouderschap’, vrije vertaling door Luk Jonckheered van het artikel ‘Multiple Parenting in Community : The Advantages’ van Daniel Greenberg, ‘Fellowship for Intentional Community’, 2000)

*****

<< “Nous nous organisons ensemble pour accompagner les enfants à droite et à gauche. Nous avons même une voiture partagée qui ne sert qu’à ça. On s’entraide aussi pour les gardes. L’une des personnes retraitées peut s’en occuper en cas de maladie … C’est vraiment confortable.”

Habitués à vivre ensemble, les enfants se hèlent d’un balcon à l’autre, se retrouvent dans le jardin, créent des petits groupes en fonction des âges, affinités et envies du moment.

“Quand on sent qu’il y a des tensions, on suggère un conseil d’enfants, au cours duquel ils se débrouillent en général très bien pour régler leurs conflits. L’adulte présent n’intervient presque pas.” >>

Habitants de l’habitat groupé des Petits moulins, France (par Nolwenn Weiler & Audrey Guiller, dans : ‘Oasis : un nouveau mode de vie : autonomie, partage et convivialité’, Kaizen, hors-série, en collaboration avec Colibris, 2015)

*****

<< De kinderen hier hebben besloten dat zij de nieuwe speeltuin zouden ontwerpen, en ze zijn al duchtig aan het plannen geweest. Een tijdje terug hebben ze ons gevraagd hen te helpen bij de organisatie van hun vergaderingen, wat niet zo simpel is voor een groep met een maximum aandachtscapaciteit van 15 minuten en een gemiddelde leeftijd van 5 jaar. Ze lieten ons ook weten dat ze zelf het geld willen bijeenbrengen om meer controle te houden over de keuze van de uitrusting. >>

Cohousing bewoner (in: ‘Why we live in Cohousing’, The Cohousing Journal, vertaald door Luk Jonckheere, 2007)

*****

<< Living in cohousing is amazing for children […]. My kids enjoy playing with children of all ages. They play outside so much more. Before we moved here, I had a hard time getting them to go outside because there weren’t other kids outside. The first couple years we lived here, I had trouble getting them to come inside!

I’ve been thinking about how my children have to share a yard […]. If you were in a typical community, you would invite other children to come into your yard. If your children weren’t getting along, you wouldn’t invite those kids to come over and play. In a cohousing community, they have to work things out. It was frustrating in the beginning, but our whole family has experienced incredible growth.>>

Forrest Espinoza, living in Troy Gardens cohousing, US (in: ‘Raising Kids in Cohousing Communities’, by Sarah Lozanova, blogger for Mother Earth Living, 2012)

*****

 << Pour les parents, c’était compliqué d’être confrontés en permanence à d’autres façons d’éduquer les enfants. Parce que du coup, les autres enfants pouvaient dire « Ah oui mais chez J… ils ont le droit de se coucher à dix heures, pourquoi pas nous ? ». C’est le genre de conflit qu’on peut avoir avec ses enfants quand on est en vacances avec d’autres familles. Mais ici c’était au quotidien. >>

habitant d’un habitat participatif, F (dans: ‘Abécédaire de l’habitat participatif’, Éco Habitat Groupé, 2014)

*****

<< What Community Does for Our Kids […]

One of the most powerful ways it’s helped us is in expanding my daughter’s pool of adults to learn from. After receiving a hand-carved spoon from a community member as a gift, Cole decided she wanted to learn to carve wood. She asked me the man’s number, called him up, told him she wanted to take wood-carving lessons from him, checked with me about her schedule, and made plans on the spot. The next week she came home with a butter knife she had carved and sanded herself.

Another benefit of living closely with like-minded adults is that I know I can trust the people Cole hangs out with to hear and respect her, and also to model for her appropriate ways of behaving with others. >>

Alyson Ewald, living in Dancing Rabbit Ecovillage, USA (in: ‘Raising Superheroes’, Communities Magazine, 2013)

*****

Standaard
REALISATIE - REALISATION

Ontwikkelingstraject 1

<< De inspanningen nodig om een […] project te dragen dient door elke groep in andere verhouding  opgevangen door de toekomstige bewoners, door het netwerk en door de aangetrokken professionals, zowel non-profit als profit.

Deze verhouding hangt af van de middelen waarover de startgroep beschikt, [namelijk:]

–  ‘Financieel kapitaal’ : beschikbare en ontleenbare financiële middelen van de toekomstige bewoners en sponsors

–  ‘Cultureel kapitaal’ : kennis, ervaring en vaardigheden van de bewonersgroep en hun directe kring

–  ‘Sociaal kapitaal’ : capaciteiten tot samenwerken als groep en tot onderhouden van [bredere] netwerken >>

Luk Jonckheere, voortrekker ‘Samenhuizen vzw’, bewoner cohousing ‘La Grande Cense’ (uit: ‘Zelfontwikkeling Gemeenschappelijk Wonen – betaalbaar samen huizen in zelfbeheer’, Samenhuizen v.z.w. & Cedubo v.z.w., Luk Jonckheere & Trui Maes, met steun van het Europees Sociaal Fonds, 2013)

*****

<< In het begin is er veel ongeloof, tot het moment dat we gezegd hebben: nu hebben we het gekocht. Toen waren we met te weinig, moesten er nog twee koppels bij. Maar dan is het natuurlijk veel gemakkelijker. In het begin zeg je “Ja, we gaan iets doen. Maar hoe ziet dat er uit? En waar gaat dat dan zijn? En in welk stuk van de stad gaat dat dan zijn? Zoveel vraagtekens”.

En toen waren er een heel pak vraagtekens minder: het is met die groep, het is dat pand en het kost zoveel, bij wijze van spreken. Doe je mee, of doe je niet mee? (…)

Dus hoe concreter, hoe gemakkelijker om in te stappen, dat denk ik wel. >>

Peter Vermeulen, architect, bewoner van ‘De Haringrokerij’ (in: ‘De invloed en beperkingen van de niche cohousing binnen het regime wonen en bouwen in Vlaanderen’, masterproef politieke wetenschappen van Jozefien Poppe, 2012)

*****

<< Nous pensons qu’il est très important de prendre le temps. D’aller lentement. Dans: le choix des habitants, la maturité des débats, la prise de décision, l’apprivoisement mutuel et le rythme de chacun à entrer en relation. Il nous parait important aussi d’intégrer le groupe, le hameau dans son environnement: contacts et ouverture sur le voisinage et l’extérieur. >>

Habitant d’un habitat groupé (in: enquête bij ‘Samenhuizen in Belgie – Waar staan we, waar gaan we?’, onderzoek met steun van Luchtkasteelfonds – Koning Boudewijnstichting, Luk Jonckheere, Roland Kums, Hilde Maelstaf, Trui Maes, 2010)

*****

<<  Een risico bij collectief bouwen is dat iedereen ‘voor zijn eigen huis gaat’. Het project als geheel lijdt dan onder de nadruk op individuele belangen.

Om dit te voorkomen is het moment dat duidelijk werd wie waar terecht zou komen, zo lang mogelijk uitgesteld.

De kerngroep heeft lootjes getrokken om te bepalen wie eerste keus kreeg. Die lootjes zijn verzegeld en pas jaren later opengemaakt. >>

De bewoners van ‘De Kersentuin’, Centraal Wonen in Utrecht, NL (uit: ‘De Kersentuin, Handreiking Particulier  Opdrachtgeverschap’)

*****

Top 10 zuurverdiende tips voor een succesvolle gemeenschap

  1. Leg de lat hoog bij de selectie van wie geschikt is voor je visie, en blijf daaraan vasthouden […]
  2. Problemen met conflicten en met conflictuele mensen moet je meteen oplossen […]
  3. Bepaal duidelijke normen over Goede communicatie, Diepe verbinding, en Oplossen van conflicten […]
  4. Behoud het evenwicht tussen Verbindingstijd en Logistieke tijd (of: wees niet te haastig, maar ook niet te langzaam) […]
  5. Zorg ervoor dat ‘Grote zaken’ niet alle tegelijk op jullie afkomen, en wees zorgzaam over het effect er van op de mensen […]
  6. Wees gedetailleerd in de weergave van je visie […]
  7. Stel een duidelijke en relatief gemakkelijke procedure in om iemand uit de gemeenschap te verwijderen […]
  8. Zoek een evenwicht tussen Autonomie en Gemeenschap. Bij twijfelt, ga voor Autonomie […]
  9. Voor besluitvorming, weeg consensus af tegen de tijd die dit vergt […]
  10. Een gemeenschap opbouwen vraagt veel tijd […]

Jeff Golden, medestichter van Common Fire, stichting ter ontwikkeling van”intentional communities” met sociale en ecologische inslag (in: ‘Common Fire’s Top Ten Hard-Earned Tips for Community Success’, ic.org, 2016 ; vrij vertaald door Luk Jonckheere,2018)

*****

Liedje   

 

Het duurt altijd langer dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel langer duren dan ik denk
dan duurt het toch nog langer
dan je denkt.

 

Het is altijd veel duurder dan je denkt,

ook als je denkt
het zal wel duurder worden dan ik denk
dan wordt het toch nog duurder
dan je denkt

 

Het kost meer moeite dan je denkt
ook als je denkt
het zal wel veel meer moeite kosten dan ik denk
dan kost het toch meer moeite
dan je denkt.

 

Het duurt veel korter dan je denkt
ook als je denkt
het zal wel korter duren dan ik denk
dan duurt het toch
nog korter dan je denkt.

Judith Herzberg

 

Standaard
REALISATIE - REALISATION

Ontwerp 1

<< Projectontwikkelaars en particuliere eigenaars zijn belangrijke spelers in de Vlaamse woningbouw-productie. Steeds meer treden ook bewonersgroepen, coöperaties, … op als opdrachtgever. […]

Deze collectieve bouwprojecten bestaan uit drie basiselementen: de gemeenschappelijke eigendom van een gebouw en terreinen, het ontwerp in nauw overleg met de andere bewoners, en de mogelijkheid om meer bewust samen te leven. […]

In diverse Europese steden staan deze collectieve bouwprojecten garant voor een hoge kwaliteit van architectuur. De projecten geven telkens met een vernieuwend architecturaal concept antwoord op de woonwensen van de toekomstige bewoners, en op de specifieke kenmerken van de locatie.

Om de bewoners zo goed mogelijk te betrekken […] wordt ook veel aandacht besteed aan het ontwerpproces.>>

Peggy Totté, expert stedenbouw en ruimtelijke planning, verbonden aan het  Departement Architectuur KUL, projectleider bij  Architectuurwijzer (uit: ‘Dichter wonen / Collectief bouwen’, Architectuurwijzer vzw, 2017)

*****

<< Certains architectes du logement coopératif ou alternatif sont avant tout des architectes du logement collectif social (y compris logement pour étudiants, jeunes travailleurs, migrants, maisons de retraite, …) avec un souci manifeste de concilier qualité et budgets serrés, de tenir compte des perceptions et des pratiques des habitants.

Une deuxième filiation […] est celle du travail sur le projet urbain dans des dispositifs de concertation. Cela est très clair pour les architectes investis dans l’habitat autogéré ou participatif de la première génération (années 75-80).

La troisième filiation a […] est celle qui, selon un rapprochement auquel conduisent les écoquartiers, associe dispositifs coopératifs et intérêt pour les questions environnementales. >>

Biau Véronique & Bacqué Marie-Hélène, Ecole d’architecture , Université Paris-Nanterre (in: ‘Habitats alternatifs : Des projets négociés?‘, Paris, 2010)

*****

<< We co-designed our own homes and the entire neighbourhood. I often forget that.

There are not many groups who can say that they put so much time into thinking about, and laying out, the environment they will live in.

This member-led design process is central to cohousing, and it is one we took very seriously.

It was a long journey marked by a huge amount of learning and discussion. What we ultimately achieved was not perfect, but it is wonderful.

[…] the process was as important as the final product. It was a way of actually building our community as well as our homes.

Designing together meant that we all collectively owned the design process. […] We were taking back control of our neighbourhood brick by brick, or bale by bale! >>

Paul Chatterton, writer, researcher, campaigner, school of Geography, Univ of Leeds, co-founder cohousing LILAC (in: ‘Low Impact Living: A Field Guide to Ecological, Affordable Community Building’, 2015, UK)

*****

<< De 3G-woning of ‘driegene­ratie-woning’ is een middelgrote, voor iedereen toegankelijke woning of wooneenheid die is ont­worpen volgens de principes van het levenslang wonen en waarin drie volwassen generaties, die samen de levenscyclus belichamen, als solidaire eigenaars en bewoners bewust samenwonen.

Het 3G onderzoeksproject kadert in het groeiend besef van de nood aan densiteit op vlak van wonen […]. Naar aanleiding van de toene­mende vergrijzing is het […] wenselijk om de verschillende woontypes aan te passen in plaats van massaal rusthuizen te bouwen.

Ook kan dit woontype een bijdrage leveren op maatschappe­lijke evoluties zoals vereenzaming, toename van aantal kleine gezinnen en alleenstaanden, enz… De architectuur speelt daarin een eigen belangrijke, opbouwende rol. >>

onderzoeksgroep DAAD (Democratie en Architectuur / Architecture and Democracy), Provinciale Hogeschool Limburg (uit: Architecture Workroom Brussels, i.o.v. Vlaams Bouwmeester, ‘Naar een visionaire woningbouw, Kansen en opgaven voor een trendbreuk in de Vlaamse woonproductie – Eindrapport’, 2012)

*****

<< …two subtly different kinds of utopian impulse. One is paternalistic, the other democratic. […]

In New Urbanism, the vision flows from the landowners and the architects; in cohousing, it flows from collaboration between the group who will live in the community and the architects. The power to realize these visions lies in financial resources and influence. […] [New Urbanism] provides designed spaces in which residents can begin their “greener” lives.

[Cohousing] requires residents to contemplate the design themselves.

Both appear to have efficacy, but cohousing, although it represents the longer and harder road, produces more robust communities in which residents own the vision and the process that shape their greener lives. >>

Lucy Sargisson, Professor, dept. of Law & Social Sciences, Nottingham Univ., UK (uit: ’Utopianism in the Architecture of New Urbanism and Cohousing’, 2014)

*****

<< Particuliere initiatiefnemers [van kleinschalig zorgwonen] worden gedreven door hun ambitie iets moois neer te zetten dat beantwoordt aan de wensen en behoeften van de doelgroep.

De vorm, uitstraling en functionaliteit van het gebouw is daarom van grote waarde.

Het slimste wat een woningcorporatie kan doen, is het ontwerptraject in te gaan met een architect die de doelgroep door en door kent en zich serieus verdiept in hun wensen.

Ook blijkt er bij architecten nog wel eens openbare kennis over het bouwen voor de specifieke doelgroepen ongebruikt op de plank te blijven liggen; een moderne variant van het wiel opnieuw uitvinden… >>

Henk Nouws, cultureel antropoloog, ‘Ruimte voor zorg’ (in: ‘Een spannend huwelijk, De verbintenis van gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders met particuliere initiatieven kleinschalig wonen’, Aedes-Actiz & Provincie Utrecht, 2011)

 

Standaard
DELEN - PARTAGE - SHARING

Nieuwe economieën

<< I want to live in a world where wealth is measured by how much you share. >>

Sharif Abdullah

*****

Commons Josaphat     1/2

<< Overal in de stad komen mensen samen om te experimenteren met nieuwe manieren van samenleven. Voedselteams, cohousingprojecten, crèches in zelfbeheer, de community land trust, gemeenschappelijke stadstuinen, duurzame wijken, LETS-groepen, energiecoöperaties, groepen die nadenken en alternatieven uitwerken over uiteenlopende thema’s als waterbeheer, voedselproductie, geld, arbeid, of software.

Dit lijkt op het eerste zicht een vreemd allegaartje, maar we voelen aan dat er een verband is. Stilaan beginnen we die verbanden ook beter te begrijpen.

Het concept van de commons reikt ons daartoe een goede sleutel aan. Deze initiatieven ontwikkelen zich naast de markt. Ze leggen de nadruk eerder op gebruiken dan op bezitten, op collectieve eigendom eerder dan op individueel bezit. >>

Commons Josaphat, (uit: basistekst, geciteerd door Geert De Pauw, ‘Commons Josaphat: de stad op de schop’, in Tijdschrift Oikos nr.72, 2015)

*****

Commons Josaphat     2/2

<< Ze proberen behoedzaam om te gaan met de beperkte bronnen die de aarde ons biedt, eerder dan uit te gaan van ongebreidelde groei. Ze stellen grotere solidariteit in de plaats van verdere dualisering. >>

Ze steunen soms op de staat, maar ontwikkelen zich parallel, omdat ze veel belang hechten aan zelfbestuur. Daarbij gaan ze niet in tegen de politiek, maar ze werken er mee samen en verdiepen hem.

We zien de verbanden, we voelen het potentieel. We zien hoe de contouren van een nieuwe samenleving zich aftekenen. Voor zowat elk domein van het dagelijks leven werken er vandaag mensen aan concrete alternatieven.

Moesten we er nu eens in slagen om al die alternatieven met mekaar in verband te brengen? Zou dat ons gemeenschappelijk potentieel niet enorm versterken? >>

Commons Josaphat, (uit: basistekst, geciteerd door Geert De Pauw, ‘Commons Josaphat: de stad op de schop’, in Tijdschrift Oikos nr.72, 2015)

*****

<< De peer-to-peer economie is duurzamer, versterkt de sociale samenhang tussen mensen, en geeft het middenveld een nieuwe rol. Repair-cafés geven oude spullen een tweede leven. Dankzij autodeelnetwerken rijden er minder voertuigen in de stad.

Cohousing-initiatieven gaan spaarzaam om met beschikbare ruimte en bevorderen sociale contacten.

En het gaat verder dan materiële zaken. Ook kennis en technologie worden wereldwijd gedeeld. >>

Wouter Beke, politicus, CD&V (opiniestuk in De Morgen, 30 mei 2015)

*****

“We were basically studying the sharing economy and local economies and a lot of these new models emerging right now,” Provan told me.

“And we got excited about how co-living and forms of community living could be a really powerful way to both live more sustainably and have a more generative and socially focused environment.”

What made their approach different from that of other group houses, Provan says, was treating it as a business – a business based on sharing resources. For example, OpenDoor would develop its own Airbnb-esque Modern Nomad software as a platform to host guests and stress carsharing via RelayRides.

Most importantly, however, Provan and Standish saw OpenDoor as a business that facilitates other groups of like-minded people to connect and live together. >>

Samantha Larson, (uit ‘Hacker houses offer shared living for the young, green, and tech-obsessed’, in grist.org, 2014)

*****

<< De coöperatieve economie moet de inclusiegedachte incorporeren, maar ze moet dat doen vanuit een sterke positie in de economie, en niet door alleen actief te zijn in kleine, moeilijke niches.

Neem het voorbeeld van cohousing met pakweg tien gezinnen waarvan acht doorsnee en twee arme, de volgende generatie zal niet arm zijn. Breng integendeel tien arme gezinnen in cohousing en je hebt na drie maanden een getto. >>

Dirk Barrez, auteur, reportage- en documentairemaker (in zijn boek ‘Coöperaties. Hoe veroveren we de economie?’, 2014)

*****

<< [In] the first real year of crisis in Europe […] in countries like Greece, Spain or Portugal, thousands and thousands of families lost their houses. Spontaneously, the social network — first, families, and then, communities — started to reorganize for survival. Hundreds of small “communes” appeared […] in which everything that was obtained went into a common fund.

Nobody needed design or certify a sophisticated set of rules. While it was a precarious response to an emergency situation, the “naturalness” of the process is noteworthy. The model already was there, in the cultural inheritance and in the traditions of the working classes.

And that’s really the key: the community is, in point of fact, a sophisticated cultural construction.

 […] to understand the shared economy, to work together to manage the needs of all in a community economy, we don’t need great treaties or consultation with university technicians.

We just need to go back home. >>

David De Ugarte, Economist, technologist and entrepreneur, founder of the Cooperative Society of las Indias Electrónicas (in: P2P Foundation blog, 2015 ; vertaald uit het Spaans door Steve Herrick)

*****

<< Op de woningmarkt zien we vandaag al een tendens naar meer collectieve vormen van wonen.

Noodgedwongen, als een gevolg van de demografische groei en de grondschaarste.

Dat uit zich in de bouw van standaard-appartementen in de stad of jumbofermettes in het dorp. Ook dat zijn vormen van collectief wonen, maar met slechts geringe collectiviteitswinsten.

Dat is bouwen voor het snelle gewin. We zijn de rijkdom en de kwaliteiten van collectief wonen uit het oog verloren.

De uitdaging bestaat erin om kwaliteit te brengen in die evolutie naar meer collectieve woonvormen.>>

Michael Ryckewaert, docent VUB, onderzoeker Steunpunt Wonen (in ‘Ruimte’, Vakblad van de Vlaamse Vereniging voor ruimte en planning, 2014)

*****

<< In cohousing it’s common to share toys and bikes, and to pass around clothing for the children, helping to save money for the families.

My business partners and I have an office at Sunward for the Cohousing Development Company, and we make our copier available to other residents to use.

Instead of 40 lawnmowers, we have one lawn mower that the landscape team uses. We share equally the cost of buying trees and flowers, again saving money on our landscaping.

We also buy in bulk for community meals through a food co-op, so that meal costs are lower.

Plus, because we live in close proximity, there are ongoing opportunities to share ideas, e.g. the wonderful book you just read, the movie you saw last night, the new healthcare practitioner in town, a new restaurant, etc.>>

Nick Meima, resident and co-developer of ‘Sunward Cohousing’ , & Neshama Abraham Paiss,  cohousing coach, resident of ‘Nomad Cohousing’ (uit: Community is the Secret Ingredient of Sustainability: How Cohousing Neighborhoods Promote Sustainable Lives, 2002)

*****

<< Sharing Cities explores the potential in dense urban spaces for ‘deep sharing’ of goods, resources, services, talent and experience through the Internet […].

The models that the authors examine include

barter clubs, credit unions, cooperative land trusts and co-housing to online and other peer-to-peer networks and supper clubs.

As they point out, commercial services barely scratch the surface of what is possible in a true sharing economy. >>

<< In many cases […] overcoming conflicts between bottom-up and profit-driven sharing ventures demands reconfiguration of urban policy.

Two examples of this are participatory budgeting, in which citizens share responsibility for allocating resources, and shared land ownership, which emphasizes a public commons. >>

Duncan McLaren, Environmental Research and Consultancy, & Julian Agyeman, Professor Urban & Environmental Policy and Planning, Tufts Univ. (‘Sharing Cities: A Case for Truly Smart and Sustainable Cities’, 2016, review: Colin Ellard in ‘Nature’)

*****

<< Nieuwe woonvormen zijn proeftuinen voor maatschappelijke vernieuwing. Ze passen uitstekend bij de deeleconomie. […] Het idee hierachter is dat je niets hoeft te bezitten, zolang je er maar toegang toe hebt. In plaats van eigendom kies je voor lenen en delen.

De economische crisis is een van de redenen dat deze trend is ontstaan. […]  Een andere reden is dat we steeds bewuster omgaan met het milieu en producten willen recyclen […]

We evolueren naar een economie die het meer over ‘wij’ heeft dan over ‘ik’. Mensen en projecten willen de economie heroveren en de markt herstellen als een reële ontmoetingsplek […]

Lokale actie is het begin van verandering. Het basisidee is dat mensen meer samen willen doen en meer grip willen krijgen op wat rond hen gebeurt. >>

Peter Camp, auteur, organisatieadviseur (in: ‘Wonen in de 21ste eeuw. Naar een hedendaags Utopia’, 2016)

*****

<< Skillful communication is the key ingredient to a successful sharing arrangement. This means not just communicating information accurately, but also conveying it in a way that encourages others to listen openly and communicate honestly in turn. […]

When we integrate sharing into our lives, […] we need to communicate not just facts, but also topics that can be tough to talk about, like our values, feelings, needs, fears, and personal habits.

Sharing can be a simple transaction, meant to meet our material needs. More often, however, sharing arises from a deeper desire to create community. […]

If we want to understand others and be understood by them, we must say what we mean without triggering defensiveness in our listener. To the extent that we can achieve this, we will create durable and successful sharing relationships. >>

Janelle Orsi & Emily Doskow, juristen, auteurs (in: ‘The Sharing Solution – How to Save Money, Simplify Your Life & Build Community’, 2009)

*****

<< If people living in an area cannot trade among themselves without using money issued by outsiders, their local economy will always be at the mercy of events elsewhere.

The first step for any community aiming to become more self-reliant is therefore to establish its own currency system. >>

Richard Douthwaite, econoom

*****

<< on remarque que les cohabitats contribuent à l’animation de leur quartier et ainsi à l’amélioration du cadre de vie et au  renforcement du tissu économique local. […]

On constate que les dynamiques de quartier créées par l’autopromotion peuvent raccourcir les circuits de consommation et contribuer au développement local des territoires. […]

Les commerces de proximité (alimentation, professions libérales, culture, café associatif, ateliers), les services à la personne (secteur porteur d’emploi salarié et de possibilités de réinsertion), les coopératives de production (artisanat, agriculture) peuvent trouver dans les autopromoteurs à la fois des clients et des partenaires. […] Les autopromoteurs, portés sur la recherche de synergies et l’apprentissage multifonctionnel, peuvent modifier l’économie locale de leurs territoires. >>

Maury Julien, Fondateur de la société COAB, réseau social de l’habitat participatif (in : ‘L’insertion de l’autopromotion collective dans les politiques de l’habitat’,  Mémoire de Master 2, Maîtrise d’Ouvrage et Programmation Urbaine, Université Paris Est, 2010)

*****

<< We [moeten] de economie organiseren als een grote bibliotheek. Alle boeken zijn voor iedereen toegankelijk, zonder dat je die moet aankopen. […]

Natuurlijk [kun je dit idee ook vertalen naar woningen]. Wanneer ik een gebouw ontwerp, weet ik op voorhand dat de hele tent tijdelijk is. Waarom zou ik dan al die stalen balken aankopen en er eigenaar van worden? In plaats daarvan leen ik die voor dertig jaar van een staalproducent.

Het uitgangspunt is dat we de economie zodanig organiseren dat iedereen recht krijgt op alles, zonder dat je het hebt. Een woningcoöperatie is dan niets anders dan een dienstverlener voor het recht op wonen. Ook grond zie ik als een dienst en moet voor mij eigendom blijven van de gemeenschap. Maar zolang jouw huis erop staat, wordt de grond tijdelijk aan jou toegewezen om te beheren. >>

Thomas Rau, ondernemer, architect, innovator, auteur van ‘Material Matters’ (uit: ‘Ik pleit voor het einde van bezit’, interview door Leen Grevendonck in ‘Visie’, 2018)

*****

<< The shared economy. It’s a term that’s thrown around a lot these days, but what does it really mean in your daily life?

At WindSong, we lend and share many things. When I went to a friend’s wedding, I borrowed nice shoes from one neighbor and a scarf and jewellery from another. At WindSong, you don’t need camping equipment. Or ski pants. Or a mini muffin tin. These are easy to borrow from your neighbours or the common kitchen.

We own one lawnmower for the whole community. […] You can borrow a car to take kids to school, pick up groceries or drive someone to the airport. I share an upright freezer with my girlfriend.

Our ever popular “free table” in our main square is full of clothing, books, toys, kitchenware, storage boxes, art, and unique gifts. […] One of my neighbours told me that he gets his family Christmas gifts from the free table! I share one of the many vegetable garden plots in our large backyard, and I get great advice from experienced gardeners. Young families share childcare. Seniors share laughs in a weekly group.

Using fewer resources is good for all of us. >>

Maureen Butler, resident of Windsong Cohousing, CA (in: ‘Sharing Resources, Saving Money‘, Windsong blog, 2017)

*****

<< We are increasingly seeing an internal economy develop at EVI [EcoVillage at Ithaca] — one that is partially money based and partially based on barter. Not only that, but the money that comes into the village has a multiplier effect inside the community as it travels “around the block.”

For instance when Jared started a new business in computer ergonomics, he hired Megan to create his logo and business cards, Jim to create his website, and Steve to set up his database. Once Jared was up and running, he gave Krishna (a science writer) a free consultation when he complained of eyestrain. Krishna, in turn, traded at least an equivalent amount of time reviewing the manuscript for this book. Later on Mike, a software engineer who typically spends eight hours a day at the computer, hired Jared to do a consultation for him. And some of the money from Mike’s consultation went to help pay for our family’s CSA share at West Haven Farm [part of EVI]. Having the money that is made here stay here is an added benefit of living in a close-knit community. >>

Liz Walker, grass root organizer, author, co-founder,co-director and resident of EcoVillage at Ithaca, US (in: ‘Ecovillage at Ithaca, Pioneering a Sustainable Culture, 2005)

*****

<< Globalisering en de deeleconomie zorgen voor nieuwe vormen van werken, reizen, vrijetijdsbesteding en wonen. Daarbij zorgt specifiek in steden de blijvende groei van eenpersoonshuishoudens voor een andere woonvraag en noodzaak tot een ander woonaanbod.

Vooral starters op de arbeidsmarkt in de leeftijd van 25-35 jaar kunnen op de huidige woningmarkt weinig kanten op. Naast dat deze millennials geen woning kunnen kopen, willen zij dat vaak ook niet.

Ze willen als moderne nomads flexibel zijn qua woon- en werkplek en daarom eerst huren en (nog) niet kopen.

Door een gebrek aan doorstroming in de huursector en een tekort aan middeldure huur in de steden kunnen ze geen reguliere woning huren.

En daarom is er van een nood, een deugd gemaakt door woning te gaan delen, door samen te gaan wonen met andere nomads in een reguliere woning. Hierdoor kunnen ze de huurlasten, woningvoorzieningen en het woongenot delen. Zo creëren ze hun eigen woongemeenschap-community based living. >>

Mischa Rus, stichter Medici Living NL, projectontwikkelaar co-working / co-living (in: ‘Woningdelen en Co-living: het kan!’ 2017)

*****

Standaard
DELEN - PARTAGE - SHARING

Samenwerken

<< ‘We lopen op twee benen,’ schrijft […] Frans de Waal, ‘een sociale en een zelfzuchtige.’ […]  In de afgelopen decennia zijn we steeds meer op ons zelfzuchtige been gaan hinken. En dat is niet zonder gevolgen gebleven.

 […]  Maar wat zou er gebeuren als we het omdraaien? Wat als scholen, bedrijven en overheden uitgaan van het goede in de mens? Wat als we onze neiging tot vertrouwen en samenwerking centraal stellen – een neiging die evengoed een evolutionaire basis heeft van honderden miljoenen jaren oud?

Misschien hoeven we onze jongeren dan niet meer te drillen voor de concurrentie met elkaar, misschien zullen er dan minder werknemers depressief afhaken, misschien hebben we dan veel minder managers en controleurs nodig, misschien kunnen we dan op andere vormen van (directe) democratie overstappen en misschien kan de financiële sector dan weer dienstbaar worden aan de samenleving, in plaats van aan zichzelf.>>

Rutger Bregman,historicus, schrijver, essayist (in: De Correspondent, 2015)

*****

<< … competition [is] a part of human nature, as a possible option, but not as a compellingly necessary type of behavior.  […]

What really counts, however, is what we learn. The fact that many people do in fact behave in a greedy, selfish and competition-oriented manner today merely proves that the inhabitants of the West have learned these values from an early age.

Cultures have existed (and some still exist today […]) in which cooperation is the customary approach. […]

… just as we, as a cultural collective, have learned to engage in competition and act self-interestedly for decades, if not centuries, we also have the option of systematically learning how to practice empathy, cooperation, solidarity and generosity in the future. >>

Christian Felber, psycholoog, socioloog, politicoloog, schrijver (in: Change Everything: Creating an Economy for the Common Good’, 2015)

*****

<< Samenwerkend organiseren is een nieuwe vorm van organiseren waarbij je in je ontwerp niet uitgaat van bestaande gebouwen (bedrijven of markten), maar van de twee kleinste bouwstenen voor organiserend vermogen: mens en middel. […]

Samenwerkend organiseren integreert concepten als crowdsourcing, crowdfunding, het nieuwe werken, cloud computing, social media, sociale en open innovatie en bring your own device.

Het zorgt ervoor dat je zowel slim kunt samenwerken met je collega’s als met je omgeving (freelancers, klanten, leveranciers, talenten etc.).

Samenwerkend organiseren is vooral geschikt voor digitale productie en consumptie en zal de informatiewerker veel productiever, flexibeler en innovatiever maken en zodoende de concurrentie-positie versterken en een circulaire economie en duurzame welvaart mogelijk maken. >>

Paul Bessems,Stichter van Weconomics Foundation (in: ‘Samenwerkend organiseren: naar een nieuw paradigma’, weconmics, 2013)

*****

<< Notre culture individualiste renforcée par un système économique néolibéral crée une société frileuse « gagnant – perdant », une société où la vie commune est un jeu à somme nulle, voire à somme négative (si tu gagnes, je perds).

Cette culture de la défiance s’exprime dans toutes les situations, privées, institutionnelles et économiques.

Dans ce contexte, les projets d’Habitat participatif représentent une réelle rupture. En effet, l’action collective portée solidairement par plusieurs individus nécessite une bonne dose de confiance.

Accepter l’interdépendance fait partie de ces projets, et en même temps, c’est ce lien très étroit avec l’autre qui augmente considérablement notre puissance d’agir et qui crée ces nouveaux espaces du possible >>

Stefan Singer, Toits de Choix, accompagnement d’habitat particiaptif, France (newsletter, 2012)

*****

<< En het is niet de roeping van den mensch zijne daden te richten alléén naar liefde, die altijd persoonlijk is, of hoogstens den stam omvat, maar naar het bewustzijn van zijn eenzijn met elk ander menschelijk wezen.

In het wederkeerig dienstbetoon – dat wij terugvinden tot in het eerste begin der evolutie – vinden wij den stelligen en onbetwijfelbaren oorsprong onzer ethische begrippen; en wij mogen verklaren dat de zedelijke vooruitgang der menschheid geleid werd door onderlingen steun – niet door onderlingen strijd.

In de ruime verbreiding van dat beginsel, ook nog in onze dagen, ligt de beste waarborg voor een nog hoogere ontwikkeling van ons geslacht. >>

Peter Kropotkin, denker, anarchist (in: ‘Wederkeerig dienstbetoon : een factor der evolutie’, vertaald door Fanny Mac Leod Maertens, S.L. Van Looy, Amsterdam, 1904)

*****

<< Een deel van het proces in cohousing is het leren samenwerken. Sommige mensen hebben hier weinig ervaring in.

Regels opleggen helpt niet want je weet bij de start nog niet welke regels er op te leggen vallen. Iedereen heeft hierin zijn eigen weg te vinden.

De enige regel die je volgens mij kan stellen is : “Dit is een onderneming gebaseerd op samenwerking en om te slagen is het nodig dat elkeen tijd en geld inbrengt”.

Veel mensen zijn al zo druk bezet dat hen moet gevraagd worden specifieke taken op te nemen. Gaandeweg leer je ieders talenten en vaardigheden kennen en kan je je verwachtingen hierop afstemmen. >>

Sharon Villines, bewoonster Takoma Village Cohousing, US (cohousing-L mailing list, vertaald door Luk J)

*****

<< Cohousing communities begin with a vision. Future residents soon forge strong ties with one another and develop a sense of community as they work together to organize the group, make effective decisions, and build and grow their cohousing neighborhood. […]

Cohousing communities depend on cooperation and collaboration, from start to finish. Residents work together to create a custom-built, resident-managed, close-knit neighborhood that offers a healthy balance of privacy and community. >>

The Cohousing Association of the United States, (from: their website cohousing.org, Resources, Creating cohousing, 2017)

*****

<< Onze sterkte zit hem in onze verschillen.

De positivo’s, de trekpaarden ook, de mensen die het doel zien en maar één weg kennen. Lijnrecht naar het doel toe.

De behoedzamen, diegenen die elke stap afwegen en soms zelfs een stap terug zetten, wanneer ze denken dat er gevaar dreigt.

De (schijnbare) meelopers,  de mensen die onopvallend meelopen in het project maar die regelmatig met een goeie opmerking, een fijn gebaar alles zoveel aangenamer maken. >>

Robin Troch, Initiatiefgroep Cohousing ‘La Grande Cense’, 2005

*****

<< On vieillit comme quand on est jeune, je crois. Il y a des gens qui n’ont jamais rien fait dans les parties collectives et il y a des gens qui se sont toujours investis. Donc, ce n’est pas une question d’âge, c’est une ques­tion d’avoir envie de faire ou de ne pas faire pour la collectivité.

C’est vrai qu’on peut tous se dire qu’il y a des moments où on a eu un petit peu ras le bol, mais est-ce que ce n’est pas aussi comme dans un couple où on connaît peut-être trop les gens, il y a moins de surprise, il faut relancer la machine avec d’autres choses ?

Non, moi je ne mettrais pas une cloison entre hommes et femmes, je mettrais plus une cloison entre intellos, théoriciens et praticiens, voilà. Il y a ceux qui parlent et ceux qui font. Mais c’est vrai qu’il faut du volonta­riat. >>

habitant d’un habitat participatif (dans: ‘Abécédaire de l’habitat participatif’, Éco Habitat Groupé, 2014)

*****

<< In my travels, the communities that I have witnessed that seemed to have the happiest people and best work organizing tended to encourage people to follow and develop their joys and passions as much as could be accommodated.

In some cases, this meant that they ended up paying outside people to do some task they found needed but was no one’s joy or passion. This seemed to work just fine. >>
Rob Sandelin, group facilitator, Sharingwood Community, US (cohousing-L mailing list)

*****

<< Het belangrijkste kapitaal waarover een woongemeenschap kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren is de inzet van gemotiveerde bewoners. Alle materiële condities kunnen aanwezig zijn, maar als de inzet van bewoners ontbreekt dan krijgen die materiële middelen geen betekenis voor het dagelijks leven. >>

Beatrice Kesler, docent Landbouwhogeschool Wageningen (in: ‘Centraal wonen in Nederland: een onderzoek naar de bewonerservaringen en sociaal ruimtelijke voorwaarden’, proefschrift, 1991)

*****

<< L’autopromotion et la démarche participative dans les domaines de l’habitat et de l’aménagement, me semble les seules solutions face aux enjeux globaux qui se présentent (écologie, diminution des moyens de l’état, évolution démographique…), mais surtout, c’est une façon de retrouver ce qui me semble un besoin fondamental de l’homme : la coopération.

Tout seul dans le noir, nous avons peur, à plusieurs, nous sommes rassurés. Il est évident que nous n’avons pas besoin de construire des logements pour mettre en place la coopération. En revanche, on peut, à cette occasion, inscrire dans le spatial la volonté de coopérer et ces ensembles peuvent ensuite rayonner dans leur environnement.

Ces projets peuvent devenir des cellules souches et infecter tout un quartier, une ville et pour finir la société dans son ensemble. >>

Stefan Singer, ‘Toits de Choix’, Montpellier, consultant et assistant à maîtrise d’ouvrage pour des projets d’habitat groupé (dans: ‘Habiter Autrement – Groupons nous, et demain?’, Isabelle Dario, texte autour du film, ANTEA, 2010)

*****

<< … l’apparente bonhomie des familles dissimule en réalité une organisation collective qui transforme cet habitat groupé en expérience de vie commune, bien au-delà de la simple co-proprété, ou des relations de voisinage. Certes il n’y avait pas de réelle volonté initiale de former un groupe, plutôt une juxtaposition d’opportunités et d’envies.

Mais l’identité collective émerge peu à peu. D’abord il y a eu (et il y a encore ) le “chantier commun”. La Tarlatane [habitat groupé, Virginal, Belgique] est avant tout un lieu qui se construit collectivement. Le chantier a donné un formidable coup d’accélération aux relations humaines. Dès 2007, tous les couples ont entrepris de restaurer leurs surfaces habitables, certains avec une grande part d’auto-construction, pour d’évidentes raisons économiques. >>

Pascale d’Erm, journaliste, réalisatrice, auteur, F (dans : ‘Vivre ensemble autrement – Ecovillages, écoquartiers, habitat groupé, …’, 2009)

*****

<< We have residents with serious physical challenges and [workshare has] not been a problem […]. There are a million things that need to be done that do not require the ability to leap tall buildings or scale high walls.

The most important thing is that everyone in the community take initiative for their own inclusion in the community. This may be obvious for someone who is not so capable physically but also with other life circumstances like having 8 children or a critically ill spouse or a job that requires long hours and travel. Self-sufficiency and initiative is still important.

We are also blessed with several residents who are more than available for tasks like taking out your trash or picking up a prescription or changing the battery in your smoke detector. We have people who rarely come to meetings but who are still involved and central to the life of the community. Others who rarely come to meals. Some who do their workshare jobs at midnight or three in the morning. >>

Sharon Villines, resident of Takoma Village Cohousing (in: cohousing-L mailing list, The Cohousing Association of the United States, 2017)

*****

<< Wie lid werd van De Kersentuin sprak af een avond per week voor de vereniging actief te zijn.

Toch waren er natuurlijk meer actieven en minder actieven. En als je zelf druk bezig bent, steekt het als je het idee hebt dat anderen zich aan hun inspanningsverplichting onttrekken.

Maar zoals een Kersentuiner het uitdrukte:

“Je moet vertrouwen in mensen hebben.

Wie echt niks deed, verdween uiteindelijk uit de vereniging. Anderen werden pas echt actief toen er voor hen iets te doen was.

Nu we hier wonen, wordt bijvoorbeeld de rol van de ‘vergadertijgers’ kleiner, en krijgen mensen die leuke dingen organiseren hun kans”. >>

De bewoners van ‘De Kersentuin’, Centraal Wonen in Utrecht, NL (uit: ‘De Kersentuin, Handreiking Particulier  Opdrachtgeverschap’)

*****

<< Lundi 13 aout 2007, le téléphone sonne. C’est Bourguignon-Bois qui prévient que le camion est en route pour livrer le plancher des JAF. Je quitte mon bureau vers le chantier pour accueillir le livreur. Je ne me suis pas rendu compte du volume (et du poids qui va avec) de bois. Me voilà avec 3 ou 4 mètres cubes de plancher au milieu de la venelle.

Mais l’habitat groupé a des ressources insoupçonnées. En 5 minutes, tout l’équipage est sur le pont et 3/4 d’heure plus tard, le plancher est rentré dans la maison.
Cette anecdote illustre que vivre en habitat groupé c’est bien sûr donner un coup de main quand cela est nécessaire. Mais c’est encore plus que ça.
C’est aussi savoir ne pas donner le coup de main si on n’en a pas envie ou la possibilité car ici personne ne tient de compte de ce que l’on donne ou de ce que l’on reçoit.
Globalement, nous somme tous gagnants d’être solidaires, d’être parfois disponibles et parfois pas. C’est comme ça que va la vie d’un groupe. >>

Les habitants de l’habitat groupé ‘Bois del Terre’ (dans: ‘Vivre en habitat groupé c’est…‘, le blog de Bois del Terre, 2007)

*****

<< Ieder mens heeft een gave, een bijdrage te leveren aan het geheel.

Het soort gave dat de persoon heeft, de soort mens die hij of zij is, is uniek aan hem of haar en wordt gewaardeerd door de community.

De community erkent ieder mens voortdurend in zijn of haar wezen, en die voortdurende bevestiging verklaart waarom mensen zo graag in de gemeenschap zijn. >>

Sobonfu Somé, Spirituele denker, geboren in Burkina Faso, verhuisd naar de VS

*****

<< … les groupes aiment se retrouver pendant ce qu’ils appellent les week-ends travaux […] Pendant ces week-ends les habitants se retrouvent pour effectuer les différents travaux d’entretien de leur lieu de vie. Il peut s’agir de l’entretien du jardin, des parties communes, des aménagements de lieux, etc. Ces week-ends sont l’occasion de travailler avec ses voisins et sont primordiaux pour la bonne entente au sein du groupe. Par exemple […] le carrelage de la salle commune a été fait pendant un week-end travaux, et même si ce n’est pas vraiment un groupe tourné sur l’auto-construction, ils aiment faire des choses par eux-mêmes et ensemble. Cette pratique de l’auto-construction, ils la cultivent depuis leurs débuts, en effet, suite à des problèmes de budget ils ont fait le choix de réaliser eux-mêmes certains travaux de finition de leur habitat. >>

Charlotte Duval, Polytech, Tours, F (dans : ‘Les espaces partagés des projets d’habitat groupé : Au cœur de la vie des groupes d’habitat groupé et de leurs membres, 2012)

*****

<< Since we adopted a workshare program only a few months ago, I’m beginning to see surprising names attached to tasks. People are stepping up, looking for things to do, and reporting hours. The big change is in discreet tasks, often small, but things that need to be done. […]

Our system is voluntary but hours are recorded and posted — the results are public. And we will now have data to build on. If people are happy with what comes of just this much, we probably won’t do more. In other contexts, I’ve found that just making records public is all that is needed. Measure it and make the results visible. […] Some people will always do more than others and will be happy as long as it is their choice.

On valuing skills differently: In community, as in families, what is important gets turned upside down. Legal work is much more easily hired out than emergency child care for a three year old with a bad cold who needs a familiar lap in place of a parent. Which is more skilled? Which costs more? Capitalist standards don’t apply once you leave the corporation. >>

Sharon Villines, living in Takoma Village Cohousing, US (in: ‘cohousing-L mailing list’, The Cohousing Association of the United States, 2008)

*****

<< Als kinderen in crisissituaties geïsoleerd blijven, gaan ze meestal uiteindelijk ten onder aan hun ervaring. Maar we hebben gaandeweg geleerd dat wanneer ze in groep kunnen werken, ze zich veel sterker voelen en ze dankzij interactie met lotgenoten hun trauma’s beter kunnen verwerken. Vanaf dan kunnen zij ook de kracht putten uit hun dromen die dan nieuwe levenskansen genereren.

Als één meisje slecht behandeld wordt, gebeurt het wel eens dat een hele groep huisarbeidsters spontaan in staking gaan. […] De solidariteit binnen een groep, en de kracht van het behoren tot een groep, is tastbaar op zo’n moment.

Het is voor ons belangrijk en vooral een meerwaarde dat -o.a. dankzij dit boek De Supersamenwerker- het diepmenselijke dat van nature in de mens, ook de gekwetste, aanwezig is, nu ook wetenschappelijk bewezen / ondersteund wordt. >>

Jeanne Devos, zuster, kinderrechten activiste (in: ‚bespreking van het boek De Supersamenwerker van Dirk Van Duppen en Johan Hoebeke, 2016)

*****

<< Even more so than with competition, good cooperation requires folks to be honest with themselves and others in ways that don’t always come easily. If we set out to meet everyone’s needs and make the most of their abilities, we have to be clear about what those needs and abilities are, and there’s no way to be objective about what is going on inside a person. Even that person will have hard time distinguishing their abilities, weaknesses, and requirements. Also, in a cooperative environment, a person surreptitiously or unconsciously behaving competitively wil make things easier for themselves and harder for anyone else.

Some kind of accountability is called for. We already see this tension coming up at Dancing Rabbit as we consider how to fill all of the volunteer, semi-volunteer, and paid positions it takes to do the work of running this village and nonprofit organization. As we grow in size and diversity, the issues of trust and evaluation will only become more important to pay attention to, either to avoid imperfections, or to explicitly accept them as part of a cooperative culture. >>

Sam Makita, resident of Dancing Rabbit Ecovillage, US (in: ‘Cooperation and Competition in the Ecovillage’, Communities Magazine, 2014)

*****

<< Door samen te komen en onze gemeenschap nieuw leven in te blazen, kunnen wij […] de vicieuze cirkel doorbreken. Door de twee grote helende krachten – kameraadschap en saamhorigheid – aan te spreken kunnen we opnieuw de kern van onze menselijkheid ontdekken: altruïsme en onderlinge hulp.

Waar atomisering was zullen wij een florerend gemeenschapsleven ontwikkelen. Waar vervreemding was zullen wij een nieuw gevoel van saamhorigheid smeden – saamhorigheid met onze buren, onze buurt en de samenleving als geheel.

Waar we nu klem zitten tussen markt en staat zullen we een nieuwe economie ontwikkelen die zowel de mensen als onze planeet met respect behandelt. Waar we genegeerd en uitgebuit worden, zullen we de democratie tot leven wekken en de politiek terugwinnen van degenen die met haar aan de haal zijn gegaan.

Daardoor kunnen we ons geluk herwinnen, ons vertrouwen in onze eigen kracht, onze trots en onze plaats in de wereld. We zullen weer deel uitmaken van de samenleving én meesters zijn over ons eigen lot. Ik stel voor dit verhaal een naam te geven: ‘saamhorigheidspolitiek’.  >>

George Monbiot, zoöloog, journalist, UK (in: ‘Geld maakt niet langer gelukkig. Welk verhaal komt er na het kapitalisme?’, De Correspondent, 2018)

*****

<< … we organize cook shifts during conversations exploring everyone’s availability and needs. […]

As for other chores, we have gone through 15 years of various combinations of assigning, volunteering for, and/or rotating chores, and various systems of answerability. A couple of years ago we hung a large chore chart grid on the wall [but this] approach proved time-consuming, unwieldy, and ultimately ineffective. In fact, our responsibility levels didn’t change much […] until we stumbled on an extremely simple approach that we’ve used ever since. We each have certain ‘passion chores’ we volunteer for […]. Anything else that needs doing can be done by anyone who feels inspired to do it. If certain things don’t get done well enough, it comes up as a reminder, a request, or an item on our agenda. […] we do a round of ‘chore check-ins’ — each of us saying what we have done for the house during the previous week. There’s no shaming or rating, but there’s a gentle implicit reputational nudge felt by those of us who have done what feels like too little. […]

This approach has evolved through co-sensing each step of the way, and its conversation-based application is now the chore-related thread of our overall co-sensing about our lives together. >>

Tom Atlee, lived in some form of group living most of his life, US (in: ‘The Co-Evolution of My Communities, Co-Intelligent Process, and Activism’, Commubnities Magazine, 2016)

*****

<< As  world traveler who has founded, joined, or consulted on over a dozen of intentional communities, my perspective may be valuable. Here I present my very personal experiences as an involved co-conspiration. […]

In general it seems the more food, objects, and values (especially trust) that are shared, the greater the strength, resilience, and unity there is. The more individualistic or suburb-like these communities are, the more they are prone to alienation, internal division, deceit, or collapse. I’ve seen this in at least three other communities not mentioned that were based on money and not values – they completely disintegrated as a result of desertions or ended in lawsuits with complete dissolution.

In evaluating the health and vitality of a prospective community to join, one must consider how much is shared, what the focus is, and how much emphasis or reliance there is on money. […] Truly it seems that the more egalitarian, interactive, and focused we are on shared labor, the stronger and more long-lasting the community will be. >>

Philip Mirkin, founder of Fiji Institute of Sustainable Habitats, co-founder of Fiji Organic Village, founder of Hybrid Adobe International, author, New Zealand (in: ‘’Adventures in Remote Simplicity: Four Distinct Community Styles’, Communities Magazine, 2018)

*****

Standaard
CONTEXT - CONTEXTE

Utopia 1

<< de zogenaamde ‘tweede golf van enclosures[…] neemt de vorm aan van een verregaande privatisering en ‘vermarkting’ – van kennis en onderzoek, van opvoeding en zorg, van openbare dienstverlening en zelfs van de natuur (denken we maar aan het patenteren van zaaigoed). Terecht (wordt) die algehele privatisering een stille diefstal genoemd.

Deze nieuwe vormen van ‘omheiningen’ of enclosures zijn inmiddels zo alomtegenwoordig dat ze onzichtbaar lijken te blijven: door wat men weleens de marktfundamentalisten noemt, zijn ze tot officiële heilsleer uitgeroepen.

Maar intussen is er een forse tegenbeweging op gang gekomen, die men als ‘de herontdekking van de commons’ kan omschrijven. Het gaat in feite om een aantal uiteenlopende bewegingen die samen een constellatie vormen. >>

Lieven De Cauter, filosoof, kunsthistoricus, docent, schrijver en activist (“Het moment Morus. Utopia in het licht van de ‘nieuwe omheinigen’ ”, in: ‘Andersland, In de voetsporen van Thomas More’, red. Erik De Bom & Toon Van Houdt)

*****

Ik wil graag een huis, een mooi huis

vol stralend licht zoals een ster

vol zon en vol geluk

en boven het dak schittert de maan.

Het is vol gelach, het is vol geween.

Huis, ik droom van jou, ik wil je zo graag

Diridindindin, Diridindin…

 

Ik wil graag een huis voor zoveel mensen

ik wil het graag stevig en gastvrij

robuust en warm, eenvoudig en echt

om er ’s morgens en ’s avonds  muziek te maken

Hopelijk vindt de poëzie er haar bed

Onder zo’n dak wil ik graag wonen

Diridindindin, Diridindin… […]

 

Ik wil graag een huis voor de jongeren

die niet weten waar ze elkaar kunnen ontmoeten

en voor de ouderen, ruime huizen

waar ze kunnen samenleven met hun dierbaren

huizen die niet duur zijn, voor de gezinnen

waar hun zonen en dochters geboren kunnen worden.

Diridindindin, Diridindin…

Lucilla Galeazzi (uit: ‘Voglio una casa’, naar het Nederlands vertaald door Jan Agten & Kris Van Looveren, cohousing Herentals, 2017)

*****

<< […] le mot ‘projet’ […] est à prendre au sens littéral : c’est la possibilité de se projeter dans le temps, la permission de faire des rêves, la hardiesse d’émettre des souhaits, l’énergie d’imaginer des développements à notre vie.

C’est oser jouer sur les possibilités dans toute la mesure de la réalité. C’est tenter de mettre en pratique ce que nous estimons comme désirable dans notre vie.

« Projet » signifie : se donner le droit d’entendre ses besoins profonds, admettre que cet appel qui résonne dans les tréfonds de notre âme à un ‘mieux vivre’ et à un ‘mieux être’, est tout simplement légitime. >>

Marthe Marandola & Geneviève Lefebvre, bemiddeling en vorming, wonen in een ‘cohabitat participatif’ (uit:  ‘Cohabiter pour vivre mieux’, France, 2009)

*****

Wonen in Lutopia (een toekomstige stad)    1/2

[een toekomstbeeld van Leuven in 2116]

<< De wooncomplexen, zowel binnen als buiten de ringweg bestaan uit een zeer divers woningaanbod: […] individuele studio’s en (duplex)appartementen, […] meergeneratie-woningen en gemeenschapshuizen.

Alle wooneenheden beschikken over ruime private buitenruimten (tuintjes, terrassen of balkons). Omwille van de betaalbaarheid zijn ze […] kleiner […], maar dit wordt gecompenseerd door gemeen-schappelijke ruimtes en gedeelde voorzieningen.

De principes van cohousing raakten de voorbije eeuw volledig ingeburgerd: elk wooncomplex […] beschikt standaard over een gedeelde wasruimte, een leefruimte met keuken, gastenkamers, werkruimten en een collectieve berging […].

Alle bewoners hebben ook toegang tot grote gemeenschappelijke tuinen, die onderhouden worden door bewonersverenigingen. >>

Metaforum werkgroep, KULeuven, (uit: ‘Lutopia. Stad van de toekomst’ door Thomas Metaforius, 2016)

*****

Wonen in Lutopia (een toekomstige stad)    2/2

[een toekomstbeeld van Leuven in 2116]

<< Het delen van gereedschap,faciliteiten, goederen en diensten stimuleert persoonlijke contacten en werkt als sociale lijm.

De wooncomplexen bieden ook ruimte aan andere functies, zoals kleine ondernemingen met niet-hinderlijke productieactiviteiten, crèches, handel, horeca, kunst- en schrijfateliers en expositieruimtes.

De gebouwen zijn flexibel en herconfigureerbaar om gemakkelijk te kunnen inspelen op veranderende noden.

De wijken van Lutopia bieden dus steeds een mix van functies die een levendige en veilige publieke ruimte verzekeren. >>

Metaforum werkgroep, KULeuven, (uit: ‘Lutopia. Stad van de toekomst’ door Thomas Metaforius, 2016)

*****

<< Cohousing residents generally aspire to “improve the world, one neighborhood at a time” […].

Cohousing offers partial utopias or […] ‘pocket utopias‘; life inside them is good but they do not challenge the world beyond their locale.

In some ways, the anti-and non-radical nature of second wave cohousing is what makes it so popular. Cohousing communities allow people to live more closely with their neighbors but they are not communes. They allow people to live a new life without dropping out.

For radicals this will be a depressing conclusion, but cohousing communities are thoroughly modern utopias; comfortable with the values of mainstream culture but seeking a better way of life for their members. >>

Lucy Sargisson, Professor, dept. of Law & Social Sciences, Nottingham Univ., UK) (uit: ’Utopianism in the Architecture of New Urbanism and Cohousing’, 2014)

 

Standaard
CONTEXT - CONTEXTE

Trend & beleid

<< Hoe individualistisch de Vlaming ook moge voorgeprogrammeerd zijn (de eigen baksteen in elke maag), de toekomst is aan de collectiviteit, aan nieuwe, intelligente vormen van (co-) eigenaarschap en de uitbouw van een reële en betaalbare huurmarkt. […] De villa op de verkaveling is niet langer het antwoord, net zoals het modale kerngezin niet langer de norm is.

Initiatieven zoals co-housing, coöperatieve woningbouw en bouwgroepen moeten alle ondersteuning krijgen die ze verdienen.

Dergelijke collectieve woonvormen zetten in op functies delen en bieden garanties op een aangepast, levenslang wonen, zonder dat je per se eigenaar hoeft te zijn.

Vandaag is in Vlaanderen de ondersteuning voor deze waardevolle en broodnodige initiatieven vrijwel nihil. >>

Peter Swinnen, voormalig Vlaams Bouwmeester (Interview in De Standaard 2012, “Een eigen huis, maar waar?”)

*****

<< Woningdelen biedt een antwoord op maatschappelijke woontrends en -problemen zoals gezinsverdunning, vergrijzing, betaalbaar wonen, vereenzaming, verloedering van waardevol patrimonium of solidair wonen.

Woningdelen kent verschillende vormen.

Het kan gaan om kangoeroewonen, zorgwonen als solidariteit tussen generaties of samenwoon-projecten, zoals cohousing, woningopdelen, optimalisatie van grote verkavelingen en hergebruik van vierkantshoeves.>>

Tom Dehaene, gedeputeerde Provincie Vlaams-Brabant, CD&V (in het kader van de 1e oproep woningdelen van de Provincie Vlaams-Brabant, 2014)

*****

<< De start van ons project in de Haringrokerij ligt al meer dan dertig jaar achter ons. We hebben er nog geen seconde spijt van gehad.

We zoeken volop naar een nieuw project, aangepast voor de volgende dertig jaar.

Niet te begrijpen dat het beleid niet veel sterker inzet op concepten van samen wonen. Het is immers een maatschappelijke noodzaak.

Het zou de hoeksteen moeten zijn van elk stads- en dorpsvernieuwingsbeleid. >>

Peter Vermeulen, architect, bewoner van De Haringrokerij, voortrekker van Ringland (mei 2016)

*****

<< The hunger for more connection, neighbourliness, security in one’s life that was characteristic of old-style communities is very prevalent in today’s culture.

A lot of people feel there’s been a degradation of community, of connection, of safety, and they would like to go back to what was characteristic earlier times.

However, when they say they want, they don’t want to go back to the social hierarchy of those times, or the patriarchy, the caste systems that existed in times where that community was strong.

They want it on a more egalitarian basis, where everyone’s got a say and there’s freedom to choose what aspects you’re connected with.

So we’re trying to figure out how to get the good parts of what came from the past and put it into a new social context. >>

Laird Schaub, cohousing coach, living in Sandhill Farm, US (in: interview by David Sheen, 2010)

*****

<< de staat moet niet langer boven de burgers staan, maar naast de burgers en alles in het werk stellen om die burger op een autonome wijze te laten functioneren. De staat wordt de eerste facilitator die burgers niet zomaar aan zichzelf overlaat of betuttelt, maar een duw in de rug geeft waar nodig.

Concreet betekent dit dat de staat bijvoorbeeld bestaande of nieuwe commons gaat beschermen, dat commons financieel kunnen ondersteund worden en dat er vormen van wetgeving komen die het creëren van commons faciliteren.

Ook vormen van mede-eigenaarschap zouden in de wet veel duidelijker en uitgebreider moeten geformuleerd worden. >>

Thomas Decreus, historicus, & Christophe Callewaert, filosoof (uit: ‘Dit is Morgen’, 2016, geciteerd door Jan Willems, op nieuwssite Apache, 2016)

*****

<< Arguably, we are entering a new phase of co-housing research and development. This emerging agenda […] suggests a plurality of interest across different scales of actor-networks loosely connecting

* individuals,

* friendship-networks,

* social movements,

* community empowerment networks (such as coop associations) and

* umbrella cohousing third sector organisations

 […] Moreover, co-housing is attracting considerable political interest as a niche source of social and engineering experimentation.

Although unlikely to contribute a significant source of new home construction, co-housing is the fastest growing type of intentional community worldwide. >>

Helen Jarvis, Sociologe, Newcastle University, UK (uit: ‘Towards a deeper understanding of the social architecture of co-housing’, 2015)

*****

<< De woningmarkt moet beter kun­nen inspelen op de levensloop en inkomenssituatie van mensen en dynamiek in gezinnen. De flexi­biliteit op het niveau van zowel de woningmarkt […] als de woongelegenheid […] moet vergro­ten.

Nieuwe woonvormen zoals groepswonen, meer-generatie-wo­nen, gemeenschappelijk wonen, zorgwonen of flexibele levensloop­bestendige woongelegenheden, vereisen aandacht binnen een kwalitatieve gebiedsontwikkeling, maar ook op perceelsniveau. >>

<< In 2050 is het nog beter leven in Vlaanderen. Vitale steden en toegankelijke dorpen bieden een ruim pallet aan leefomgevingen. […] Nieuwe vormen van samenwonen hebben er ingang gevonden …  >>

Departement Ruimte Vlaanderen (uit: ‘Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, 2017)

*****

<< In snel veranderende samenlevingen zoeken mensen steeds naar nieuwe manieren om gemeenschap te vormen.

We leven in een tijdsgewricht waarin de maatschappij diverser en complexer wordt en waarin mensen zich bewuster zijn van de nood aan duurzaamheid.

Gezinnen die samen een plek zoeken om te wonen, te leven en te delen zijn een teken van deze tijd. >>

Bruno De Wever, Historicus, bewoner van de Drie Torekens, Deurne

*****

<< Cohousing is an opportunity to co-design a very different and necessary shared future. It is one of the few sources of housing innovation being driven by ‘the customers’; people like you and me who, in the normal course of events, have no say in housing policy or the way the housing market works, or doesn’t work. >>

Stephen Hill, chair UK Cohousing Network (in: Foreword to ‘Cohousing: Shared Futures’, by Helen Jarvis e.a., 2016)

*****

<< Het is tijd om de woondroom, waarvan de verkavelingsfermette de afspiegeling is, bij te stellen en een nieuw ideaal op te bouwen voor de Vlaming met de baksteen in de maag.

Collectiviteit kan daarbij een sleutel aanreiken, zowel in de woontypes als in de productie en het beheer.

Door in te zetten op gedeelde ruimte, gedeelde verantwoordelijkheden en gedeelde rechten ontstaan perspectieven voor betaalbare woningen met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde.

Maar ook kansen voor de private huurmarkt, die zeker aan de onderkant steeds meer een zorgenkind blijkt. >>

Stefan Devoldere, Waarnemend Vlaams Bouwmeester (De Standaard, 5 maart 2016)

*****

<< Al decennialang doen we veel te weinig moeite om alternatieve woonvormen bekend te maken bij het brede publiek.

Ontwikkelaars en verkavelaars investeren daar nauwelijks in, en ook de voorstelling van onze wooncultuur in de media is nog veel te eenzijdig.

Denk aan populaire tv-series of tijdschriften: aandacht voor innovatieve woonvormen daarin zou het blikveld van het publiek enorm verruimen.

Woorden hebben een enorme overtuigingskracht maar ze nemen zelden de angst voor het onbekende weg. >>

Peter Vanden Abeele, Gents bouwmeester (in Weekend Knack, 2017)

*****

<< The supportive nature of CoHousing within neighbourhood developments needs to be promoted in a context of wider policies that can draw understanding of what strengthens neighbourhood identity within such residential areas.

The wider policy framework may then be used to shape how an insertion of opportunities for CoHousing and other community-centered development.

The proper connection of the widest planning visions with the most intimate of community ambitions requires a breadth of policies and strategies to create real residential environments appropriate to those people who wish to live in them. >>

Martin Field, Senior Lecturer, University of Northampton, Social Sciences, UK (uit: ‘Thinking about CoHousing, 2005)

*****

<< … des architectes désireux de construire des ensembles d’habitations plus originaux que des lotissements monotones cherchent à développer un autre modèle, mieux adapté aux changements de la société américaine. En effet, la majorité des épouses et une proportion élevée de mères de jeunes enfants travaillent, que ce soit par choix ou par nécessité ; les grands-parents, oncles et tantes, habitent loin ; on compte par ailleurs un nombre croissant de personnes seules, avec ou sans enfants, célibataires, conjoints divorcés, ou personnes âgées. On se heurte au même problème d’un habitat inadapté, exacerbé en outre par le gigantisme de l’étalement des banlieues, l’éloignement des services et les problèmes de sécurité. >>

Danièle Stewart, Université Paris III-Sorbonne Nouvelle (dans: ‘Habitat et écologie : Le “co-housing” aux États-Unis’, Revue Française d’études Américaines, 2002)

*****

<< We wonen in levendige wijken en steden met een goede sociale cohesie. Het zijn broedplaatsen voor sociale innovatie, nieuwe businessmodellen en deelsystemen. […] Om een betere woondichtheid te realiseren zijn nieuwe woonbeelden nodig. Dit kan door de maatschappelijke en individuele winst van zo’n trendbreuk aan te tonen.

We faciliteren nieuwe woonvormen zoals groepswonen en samenwonen en nieuwe financieringsvormen zoals CLT (community land trust). Op die manier maken we goede woonkwaliteit betaalbaar. […]

Gezien de vergrijzing van de bevolking, de gezinsverdunning en het toenemend aantal mensen dat […] zorg nodig heeft, geven we ook specifieke aandacht voor nieuwe woonvormen met en voor ouderen, alleenstaanden en zorgbehoevenden […]. In Vlaanderen lopen reeds proefprojecten met internationale uitstraling (aangepaste vormen van co-housing, kangoeroewoningen waar verschillende generaties samenleven, zorg aan huis, online-zorg, buurtzorg,… ). >>

De Vlaamse Regering (in: ‘Visie 2050, een langetermijnstrategie voor Vlaanderen’, 2016)

*****

<< Si nous avons besoin d’innovation sociale et de diversité, malheureusement, la logique institutionnelle dominante, et qui s’impose à toutes les autres possibilités, est de planifier, de définir tout en amont, restant ainsi dans la sécurité du connu et du contrôle. Une place aux expériences “libres” et citoyennes est requise, car l’institution ne peut par elle-même, et pour des raisons tout à fait logiques, être la source des innovations les plus “risquées” à mettre en place. Logique, parce que ce qui semble lui être demandé est aussi d’une certaine façon d’administrer en sécurisant ses administrés. Elle sera donc sur ses gardes face à d’éventuelles dérives, et la tendance serait à l’être plutôt “trop” que pas assez, devenant plutôt résistante à des logiques trop expérimentales et “peu contrôlables”. L’institution n’appuie pas suffisamment l’innovation sociale qui transgresse vraiment la norme et même résistera souvent à la vraie innovation. >>

David Moya & Claudia Flatten, F (dans : ‘Le mouvement de l’Habitat Coopératif en France: Diversité, innovation, difficultés et perspectives – Un focus sur le mouvement en Massif Central’, pour OïSA et RELIER, 2012)

*****

<< Home ownership is set to become a thing of the past […] because socially liberated millennials are more likely to choose “living as a service”. […]

… the changing housing needs of Generation Y – who are settling down later, if at all – is leading to a future where everyone is “homeless”. […]

“Suspended adulthood” is leading to the success of the co-living movement, […] where developments with built-in co-working spaces, restaurants and gyms appeal to young renters seeking convenience without the commitment of buying. […]

… the appetite for this type of property is growing so rapidly that it is likely to become the standard way of living. The median age of marriage has shifted from 20 to 29 in the past 40 years […]. This suspended adulthood and the rise of the digital nomad result in an increase in mobility and a reduced desire to settle.

As we decouple the function of living from the physical location, we need to help positively curate more communities. Eventually, we will move to a model of subscription homes or providing living as a service. >>

James Scott, entrepreneur behind London co-living start-up The Collective, UK (in: ‘”In the future we will all be homeless” says co-living entrepreneur’, article in dezeen magazine, 2016)

*****

<< Berlin wächst. […] Laut der Prognosen wird das Wachstum auch noch über Jahre anhalten. Das stellt Berlin vor große politische und organisatorische Herausforderungen, besonders in Bezug auf den Wohnungsmarkt. […] Ich möchte, dass Berlin auch in Zukunft eine bezahlbare, kinder- und familienfreundliche Stadt bleibt.

Gemeinschaftliche Wohnprojekte werden hier immer wichtiger. Sie sind Ideen- und Impulsgeber für eine Gesellschaft, die sich verändert. Demografischer Wandel, Inklusion, Nachhaltigkeit sind dabei die Schlagwörter für einen Gedanken, den wir immer häufiger denken müssen: Wie wollen wir in Zukunft leben? >>

Andreas Geisel, Senator für Stadtentwicklung und Umwelt, Berlin, D (in: ‘Wohnen in Gemeinschaft – Von der Idee zum gemeinsamen Haus‘, ed: STATTBAU GmbH & Netzwerkagentur GenerationenWohnen 2012)

*****

<< De overheid is als de dood voor misbruik, terwijl het gezien het steeds nijpender ruimtegebrek eigenlijk waanzin is dat je (te) grote huizen vandaag niet mag opsplitsen. Er zijn zoveel naoorlogse woningen die gezien de kleinere hedendaagse gezinssamenstelling veel te ruim zijn – niet enkel in stedelijke gebieden, maar ook in klassieke verkavelingen.

Ik begrijp dat het niet altijd ideaal is om woningen op te delen. Als de woonkwaliteit erdoor vermindert, de druk op de omgeving toeneemt of als het de bouw- en woonprijzen opdrijft, kan je het maar beter laten. Maar dat is toch geen reden om het kind met het badwater weg te gooien en de vele opportuniteiten zomaar teniet te doen?

Gemeenschappelijk wonen eenduidig definiëren in de Vlaamse Wooncode, als derde categorie naast een- en meergezinswoningen, zou al heel wat zoden aan de dijk brengen. >>

Trui Maes, geëngageerde stedenbouwkundige en archeologe, samenhuizen voortrekker, B (in: ‘De comeback van het collectief wonen’, artikel in ‘Ik ga bouwen & renoveren’, Tijdschrift van VIBE – Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch bouwen en wonen, 2017)

*****

<< Si nous avons besoin d’innovation sociale et de diversité, malheureusement, la logique institutionnelle dominante, et qui s’impose à toutes les autres possibilités, est de planifier, de définir tout en amont, restant ainsi dans la sécurité du connu et du contrôle. Une place aux expériences “libres” et citoyennes est requise, car l’institution ne peut par elle-même, et pour des raisons tout à fait logiques, être la source des innovations les plus “risquées” à mettre en place. Logique, parce que ce qui semble lui être demandé est aussi d’une certaine façon d’administrer en sécurisant ses administrés. Elle sera donc sur ses gardes face à d’éventuelles dérives, et la tendance serait à l’être plutôt “trop” que pas assez, devenant plutôt résistante à des logiques trop expérimentales et “peu contrôlables”. L’institution n’appuie pas suffisamment l’innovation sociale qui transgresse vraiment la norme et même résistera souvent à la vraie innovation. >>

David Moya & Claudia Flatten, F (dans : ‘Le mouvement de l’Habitat Coopératif en France: Diversité, innovation, difficultés et perspectives – Un focus sur le mouvement en Massif Central’, pour OïSA et RELIER, 2012)

*****

<< Cohousing communities are part of the new sharing economy and we are experiencing an exponential increase in interest as individuals and families seek to live more sustainably, and in community with neighbors. Also, changing demographics are forcing us to find innovative ways to address the roles traditionally played by extended families.

Interest in cohousing has surged in recent years, a trend driven by baby boomers seeking a downsized, community-oriented and environmentally-friendly lifestyle. Cohousing is also gaining traction among millennials as they search for contemporary neighborhoods more conducive to raising children while holding two jobs outside the home. >>

Alice Alexander, Executive Director of the Cohousing Association of the US and co-founder of the Durham Central Park Cohousing Community (in: An Interview With Alice Alexander About The National Cohousing Conference, blog of the US Cohousing Association, 2017)

*****

<< Samenwerking met marktspelers, zoals projectontwikkelaars, lijkt […] enkel mogelijk wanneer de niche zich minder radicaal en vernieuwend opstelt op het vlak van integratie van financieel minder krachtige groepen bijvoorbeeld. Hier doet zich dan ook de ‘vertalingsparadox’ voor […]. Een niche wordt gemakkelijker opgenomen door het regime [=het gangbare] wanneer de nichepraktijken compatibel zijn met de mainstreampraktijken. Op die manier wordt echter het vooruitzicht op een radicale transformatie van het regime verzwakt. Er bestaat dan ook een kans dat, wanneer een verdere verspreiding van de niche in het regime zich doorzet, de radicalere elementen die gepaard gaan met cohousing zullen verloren gaan. Als gevolg hiervan zou ook een splitsing kunnen ontstaan binnen de niche waarbij een deel van de nichespelers voor een snelle verspreiding in het regime kiest met verlies van een aantal elementen, en een ander deel kiest voor een meer radicale en vernieuwende versie van cohousing … >>

Jozefien Poppe, Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent, B (in: ‘De invloed en beperkingen van de niche cohousing binnen het regime wonen en bouwen in Vlaanderen’, masterproef, 2012)

*****

<< Collaborative housing falls within a wider paradigm shift in public participation, underpinned by the recent (re)emergence of concepts such as ‘social innovation’, ‘community-led development’ and ‘co-production’, amongst others.

[…] the State began to withdraw from direct provision and took the role of commissioner and regulator of social housing provided by – to different extents and in different combinations across countries – both local authorities and third sector organisations. […]

Within this context, ‘co-production’ emphasises the transformative aspect of service delivery for citizens […] as well as the unique characteristic of service as a simultaneous process of production and consumption. >>

Darinka Czischke, TUDelft (in: ‘Collaborative housing and housing providers: towards an analytical framework of multi-stakeholder collaboration in housing co-production’, International Journal of Housing Policy, 2017)

*****

<< Duurzame woonwensen [tegen 2020]

We willen een verandering teweegbrengen in het traditionele diep genestelde Vlaamse wensbeeld.

Projectmatige initiatieven en collectieve woonvormen zitten in de lift. Het oude wensbeeld van een ruime en vrijstaande woning met tuin in een suburbane en landelijke omgeving behoort stilaan tot het verleden, zeker met de duurzaamheidswensen in het achterhoofd.

In een duurzame woning en omgeving is er aandacht – naast de minimale kwaliteitsnormen- voor basisbehoeften zoals voldoende privacy , lichtinval, uitzicht, veilige collectieve (speel)ruimte, verzorgde leefomgeving. We hebben daar ook makkelijk toegang tot collectieve functies, voorzieningen en openbaar vervoer, mogelijkheden tot sociale interactie en ontmoetingen. Kortom een levendige en prettige buurt. >>

De Vlaamse Regering (in: ‘Slim Wonen en Leven’, 1 van de 7 transitieprioriteiten in Visie 2050,website Vlaamse Overheid, 2018)

*****

<< Research shows that affordability, the inclusion of a wider array of social groups, and housing an increasing proportion of elderly people in Europe are amongst the main current motivations behind contemporary forms of collaborative housing. If we believe that the ethos and practices found in collaborative housing do provide meaningful and effective answers to the many challenges outlined above, a relevant question is how these housing forms and their guiding principles and practices, can become embedded in planning and housing provision systems.

Yet, while many advocate the scaling up or mainstreaming of collaborative housing, we need to acknowledge that this way of providing housing and living together is not for everyone. […] However, collaborative housing can help to improve current ways of providing housing by introducing innovation and new ways of looking at the user-producer relationship. Furthermore, collaborative housing can become a viable alternative for larger number of households than it is today, especially in countries where this is still a marginal option. >>

Darinka Czischke, Assistant Professor, TUDelft, NL (in: ‘Why Co-Lab? A platform to catalyse mutual learning on Collaborative Housing’, Co-Lab Research – Knowledge hub on Collaborative Housing, 2018)

*****

Standaard